7.2 Diagnose van kleine storingen
De controles voor het starten zijn
uitgevoerd.
Ga over tot de controles.
De accu is correct aangesloten en
opgeladen.
Plaats de accu, vervang hem door een
nieuwe accu, indien nodig.
De brandstofkraan is geopend.
De te gebruiken apparaten zijn niet
aangesloten voor het starten.
Maak de apparaten los voordat u opnieuw
probeert het stroomaggregaat te starten
De zekeringen van de APM202 zijn niet
defect (de controlelampen lichten op).
Laat het stroomaggregaat door een van
onze vertegenwoordigers controleren.
Het brandstofpeil is goed.
Werkt niet normaal (geluid,
rook, enz.)
Het onderhoud van de onderdelen van
het stroomaggregaat is correct
uitgevoerd.
Voer het onderhoud van het
stroomaggregaat conform de voorschriften
uit
Laat het stroomaggregaat door een
van onze vertegenwoordigers
controleren.
Levert geen elektrische stroom
De vermogensschakelaar(s) is/zijn
ingeschakeld.
Controleer de inhoud van het
stroomaggregaat en druk op de
vermogensschakelaars.
De aangesloten apparaten of hun
elektrische snoer zijn niet defect.
Probeer met een ander apparaat en een
ander elektrisch snoer.
Laat het stroomaggregaat door een
van onze vertegenwoordigers
controleren.
7.3 De beschermingszekeringen vervangen
Houd u aan de technische karakteristieken van de zekeringen.
Door het gebruik van een verkeerde zekering kan het stroomaggregaat beschadigen.
De zekeringen moeten worden vervangen na een storing die veroorzaakt is door een te groot stroomverbruik. Voordat u een
doorgeslagen zekering vervangt door een nieuwe, moet u altijd de oorzaak van de storing en van het overmatige stroomverbruik
verhelpen (raadpleeg een van onze agenten).
1. Draai de sleutel (A3) op de stand "OFF": het stroomaggregaat stopt.
2. Draai de zekeringenhouder (A19) los en controleer visueel de staat van de twee zekeringen.
3. Vervang de defecte zekering(en) door een nieuwe met dezelfde technische karakteristieken.
4. Draai de twee zekeringhouders weer vast.
8 Technische specificaties
8.1 Voorwaarden voor het gebruik
De vermelde prestaties van de stroomaggregaten zijn verkregen onder de referentieomstandigheden volgens ISO 8528-1 (2005):
Totale atmosferische druk: 100 kPA - 13mgevingstemperatuur van de lucht: 25°C (298 K) - Relatieve vochtigheid: 30 %.
De prestaties van de aggregaten worden ongeveer 4% verminderd voor elke temperatuurstijging van 10°C en/of ongeveer 1% voor
elke toename van de hoogteligging met 100 m. De stroomaggregaten kunnen alleen stationair werken.