EasyManua.ls Logo

Stiga V 302 - Page 140

Stiga V 302
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
NL - 6
Snij-inrichting 
in onderhouds-
stand.
Probeer de 
maaigroepen te 
koppelen.
De snij-inrich-
tingen wordt 
niet gekoppeld.
5.3. 
 De machine mag niet worden gebruikt op hel-
lingen van meer dan 10°, ongeacht de rijrichting.
 Verlaag de snelheid op hellingen en in scher-
pe bochten om het kantelen en controleverlies over het voer-
tuig te vermijden.
5.4. START EN WERKING
Starten
1. Controleer dat de aftakas is uitgeschakeld (7:D).
2. Houd het rem-/tractiepedaal niet ingedrukt (6:G).
Bij koud opstarten:
3. Schakel de overbrenging in; duw de hendel in (8:A).
4. Activeer de parkeerrem (6:D).
5. Sluit de lucht (indien voorzien) (6:I).
6. Draai de contactsleutel (6:L), en schakel de machine in.
7. Wanneer de motor draait, breng dan de gashendel (6:I) 
langzaam aan naar het maximum toerental.
Bij warm opstarten:
8. Schakel de overbrenging in en duw de hendel in (8:A).
9. Activeer de parkeerrem (6:D).
10. Geef vol gas (6:I).
11. Draai de contactsleutel (6:L), en schakel de machine in.
 Als er moeilijkheden zijn bij het starten, blijf
dan niet te lang aanhouden om de accu niet uit te putten en
de motor niet te verzuipen. Draai de sleutel weer in de «stop»
stand, wacht enkele seconden en probeer opnieuw te starten.
Indien het probleem voortduurt, raadpleeg dan hoofdstuk «8»
van deze handleiding en de handleiding van de motor.

1. Druk het pedaal helemaal in (6:D) en laat het los.
2. Activeer het pedaal (6:G) om de machine te bewegen.
3. Bereik de werkzone.
4. Als  frontale  accessoires  zijn  gemonteerd,  activeer  de 
aftakas deactiveren (7:D)
5. Begin de werkzaamheden.
5.5. STOPPEN
Om de machine te stoppen:
1. Schakel de aftakas uit (7:D).
2. Activeer de parkeerrem (6:D).
3. Leg de motor stil door de sleutel te draaien.

       

5.6. 
Laat  de motor  eerst afkoelen vóór  de  machine  in  elke 
willekeurige ruimte op te bergen.
Voer de reiniging uit (par. 6.3).
Elke  keer  wanneer  men  de  machine  onbewaakt  laat,  de 
bestuurdersplaats verlaat of de machine parkeert:
1. Stop de machine.
2. Plaats de maaigroep op de minimum hoogte.
3. Verzeker  u  ervan  dat  alle  bewegende  delen  volledig 
stilstaan.
4. Verwijder de contactsleutel.
6. ONDERHOUD
De veiligheidsnormen die in acht genomen moeten worden, 
zijn beschreven in hfdst.1. Neem deze aanwijzingen strikt in 
acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen.
Vooraleer eender welke controle, reiniging of ingreep voor 
onderhoud/afstelling op de machine uit te voeren:
Ontkoppel de maaigroep.
Stop de machine.
Zet de machine in de vrijstand.
Trek de handrem aan.
Leg de motor stil.
Vergewis u ervan dat elk bewegend onderdeel tot stilstand 
is gekomen.
Verwijder de contactsleutel.
Draag  geschikte  kledij,  werkhandschoenen  en  een 
beschermende bril.
 Laat de sleutel nooit in het contact zitten of
binnen het bereik van kinderen of onbevoegde personen.
6.1. 
Voor de hoeveelheid brandstof wordt verwezen naar “0 TABEL 
TECHNISCHE GEGEVENS”. Controleer de indicator om het 
brandstofpeil te controleren (7:A).
 Gebruik alleen loodvrije benzine. Meng de
benzine niet met olie.
 Vermijd benzine op de plastic delen te gieten
zodanig dat ze niet beschadigd worden; bij toevallige lekken
onmiddellijk spoelen met water. De garantie dekt geen schade
aan de plastic onderdelen van de carrosserie of de motor, ver-
oorzaakt door benzine.
6.2. 
 Voor het type van olie wordt verwezen naar de
paragraaf “0 TABEL TECHNISCHE GEGEVENS”.
 Volg alle voorschriften aangeduid in de ge-
bruikershandleiding van de motor.

1. Open  het  deksel  (11:B).  Maak  schoon  rond  de  stok.
Draai hem los en verwijder hem. Maak de stok schoon.
2. Steek de stok helemaal in en draai hem vast.
3. Draai de stok opnieuw los en verwijder hem. Controleer 
het oliepeil.
4. Vul bij als het peil lager is dan “FULL” (12).
6.3. REINIGING

Reinig de machine na ieder gebruik volgens de volgende 
aanwijzingen:
Gebruik  geen  waterstralen  en  vermijd  de  motor  en  de 
elektrische onderdelen nat te maken.
Verwijder  grasresten  en  opgezamelde  aarde  binnenin 
het chassis.
Verzeker u er steeds van dat de luchtgaten vrij zijn van afval.

Table of Contents

Related product manuals