EasyManua.ls Logo

Stiga V 302 - Page 141

Stiga V 302
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
NL - 7
Gebruik  geen  agressieve  vloeistoen  om  het  chassis 
te reinigen.
Houd de motor vrij van gewasresten, bladeren of overtollig 
vet om brandrisico te vermijden.
1. Reinig de koelluchtinlaat van de motor (12:A).
2. Start, na het reinigen met water, de machine en de mon-
tage van het daarop geïnstalleerde maaimechanisme om 
het water te verwijderen dat anders de lagers zou kunnen 
binnendringen en schade zou kunnen veroorzaken.
6.4. ACCU
Lees met aandacht de oplaadprocedures die in de handleiding 
van de accu staan en volg ze op. Als deze procedures niet in 
acht worden genomen of als de accu niet wordt opgeladen, 
kan er zich onherstelbare schade voordoen aan de elementen 
van de accu.Een lege accu moet zo snel mogelijk opgeladen 
te worden.
 Het opladen dient uitgevoerd te worden met
gelijkspanning apparatuur. Andere oplaadsystemen kunnen de
accu op een onherstelbare manier beschadigen.
Opladen via de motor:
1. Parkeer de machine buiten.
2. Schakel  de  motor  in  volgens  de  instructies  in  deze 
handleiding.
3. Laat de motor 45 ononderbroken draaien (de nodige tijd 
om de accu helemaal op te laden).
4. Leg de motor stil.
 Deze modus is alleen mogelijk als de accu
een minimum lading heeft die de inschakeling toestaat.
Opladen via de acculader STIGA SpA:
Om de accu op te laden, moet de acculader in de 
aansluiting aan de zijkant gestopt worden (8:F).
6.5. 
Raak de maai-inrichting niet aan totdat de

       


Alle handelingen die betrekking hebben op de

   

     
  

in een Gespecialiseerd centrum.
     
     
    

 Gebruik steeds originele inrichtingen, met de
code aangegeven in de tabel 'Technische Gegevens'.
7. TRANSPORT, OPSLAG EN

7.1. TRANSPORT
Wanneer men de machine hanteert, moet men:
1. ontkoppel de maaigroep;
2. plaats de maaigroep op de maximale hoogte;
3. schakel de machine uit en haal de contactsleutel weg;
4. schakel de transmissie uit (par. 4).
Wanneer men de machine met een wagen of aanhangwagen 
vervoert, moet men:
opritten  gebruiken  met  geschikte  weerstand,  breedte 
en lengte;
de machine laden met de motor uitgeschakeld, met de 
contactsleutel uit het stopcontact van de machine, zonder 
bediener, duwend, en met een geschikt aantal personen;
de brandstofkraan sluiten (indien voorzien);
de snijgroep omlaag brengen;
de machine zo plaatsen dat ze geen gevaar veroorzaakt;
schakel de transmissie in (par. 4);
haar stevig aan het vervoermiddel bevestigen met koorden 
of kettingen om te vermijden dat ze kantelt met mogelijke 
schade als gevolg.
7.2. STALLING
Wanneer  de  machine  gedurende  meer  dan  30  dagen 
opgeborgen moet worden:
Laat de motor afkoelen.
Maak de kabels van de accu los en bewaar de accu op 
een frisse en droge plek.
Ledig  de  brandstoftank  en  volg  de  instructies  van  de 
handleiding van de motor.
Reinig de machine zorgvuldig.
Controleer of de machine geen schade vertoont.Contacteer, 
indien nodig, het geautoriseerde dienstcentrum.
Berg de machine op:
met de maaigroep omlaag;
in een droge omgeving;
beschermd tegen slechte weersomstandigheden;
indien mogelijk bedekt met een doek;
buiten bereik van kinderen;
na  zich  ervan  verzekerd  te  hebben  de  sleutels  of
gereedschappen die voor het onderhoud gebruikt werden, 
verwijderd te hebben.
Wanneer de machine weer in werking gezet wordt:
controleer  of  er  uit  de  slang,  de  benzinekraan  en  de 
carburateur geen benzine lekt:
bereid de machine voor zoals aangegeven in hoofdstuk 
"5 Gebruik van de machine".
 De accu moet minstens één keer per maand
volledig worden opgeladen, en altijd voordat de activiteit wordt
hervat.
 Zorg ervoor dat de machine geen gevaar op-
levert bij mogelijk toevallig of onopzettelijk contact met perso-
nen, kinderen of dieren.

Table of Contents

Related product manuals