Gebruikte symbolen
Symbool wijst op mogelijke gevaren.
Opmerking met informatie en tips.
ESD-voorschriften in acht nemen!
Gebruiksdoel
Gebruik overeenkomstig de bestemming
– Het apparaat is uitsluitend goedgekeurd voor de inbouw
en het gebruik in „kampeerwagens” (caravans) van de
voertuigklasse O en „kampeervoertuigen” (campers) van
de voertuigklasse M1 als de installatie van de gasinstallatie
volgens EN1949 is uitgevoerd. Nationale voorschriften en
regelingen voor het gebruik en keuringen van gasinstallaties
(in Duitsland bijv. het DVGW-werkblad G 607) moeten in
acht worden genomen.
– Het toestel mag uitsluitend ten behoeve van het verwarmen
van drinkwater en het verwarmen van de binnenruimte van
het voertuig worden gebruikt.
– Om het toestel tijdens het rijden te gebruiken, moeten er
voorzieningen voorhanden zijn, om een ongecontroleerd
ontsnappen van vloeibaar gas bij een ongeval te voorkomen
(conform de UN-ECE-regeling 122).
– Bij bedrijfsmatige toepassingen van het toestel moet de
gebruiker zorgen voor naleving van bijzondere wettelijke
en verzekeringsrechtelijke voorschriften van het respectie-
velijke land van bestemming (in Duitsland bijvoorbeeld de
DGUV-voorschriften).
Oneigenlijk gebruik
– Alle andere vormen van gebruik, die niet onder het gebruik
overeenkomstig de bestemming staan genoemd, zijn ontoe-
laatbaar en daarom verboden. Dit geldt bijvoorbeeld voor de
inbouw en het gebruik in:
• autobussen (voertuigklasse M2 en M3),
• vrachtauto’s(voertuigklasseN),
• botenenanderevaartuigen,
• jacht-/boshutten,weekendhuisjesofvoortenten.
– De inbouw in aanhangers en voertuigen voor het transport
van gevaarlijke stoffen is verboden.
– Het verwarmen van andere vloeistoffen dan drinkwater (bij-
voorbeeld reinigings-, ontkalkings-, desinfecteer- en conser-
veermiddelen) is verboden.
– Toestellen met een defect mogen niet worden gebruikt.
– Het gebruik van toestellen die in strijd met de inbouwhand-
leiding en gebruiksaanwijzing zijn geïnstalleerd of worden
gebruikt, is niet toegestaan.
Inhoudsopgave
Gebruikte symbolen ............................................................ 43
Gebruiksdoel ..................................................................... 43
Veiligheidsrichtlijnen ....................................................... 44
Goedkeuring ........................................................................ 44
Voorschriften ....................................................................... 44
Inbouwrichtlijnen voor voertuigen ...................................... 44
Inbouwhandleiding .......................................................... 45
Plaatskeuze ....................................................................... 45
Bevestiging van de verwarming .................................... 46
Rookgasafvoer .................................................................. 46
Inbouw van de wandafvoer ................................................ 46
Aansluiting dubbelwandige doorvoerbuis op het toestel ... 47
Omgevingsluchtaanzuiging ............................................ 47
Verdeling van de warme lucht ....................................... 47
Gasaansluiting .................................................................. 48
Wateraansluiting .............................................................. 48
Montage van de FrostControl (veiligheids-/aftapkraantje) . 49
Montage van het veiligheids-/aftapkraantje ....................... 49
Aansluiten / leggen van de waterleidingen ......................... 49
Montage van de binnentemperatuurvoeler ................ 50
Montage van de bedieningspanelen ........................... 50
Elektrische aansluitingen ............................................... 50
Voedingsspanning 12 V
.................................................. 50
Binnentemperatuurvoeler .................................................. 51
Bedieningselement / airconditioningsysteem ..................... 51
Voedingsspanning 230V~ ................................................. 51
Controle van de werking ................................................ 51
Waarschuwingen ............................................................. 51
Technische gegevens ...................................................... 52