66
1
2
3
PERIODIEK ONDERHOUD EN KLEINE REPARATIES
!
WAARSCHUWING
Als instellen volgens de aanwijzingen
niet werkt dient u een dealer deze in-
stelling te laten maken.
REMBLOKKEN
De voorremblokken en achterremscho-
enen moeten op slijtage worden ge-
controleerd op de momenten die staan
aangegeven op de periodieke onder-
houds- en smeringkaart.
1. Slijtage-indicator
2. Remschijf
3. Remblok
Voor remblokken controleren
Elk voorremblok is uitgerust met slijta-
ge-indicators, welke u in staat stellen
het remblok te controleren zonder de
rem uit elkaar te hoeven halen. Om slij-
tage van het remblok te controlen dient
u de rem in te knijpen en tegelijkertijd
de positie van de slijtage-indicators te
controleren. Als een remblok slijtage-
indicator bijna de remschijf raakt dient
u een dealer de remblokken als een
complete set te laten vervangen.
Achter remblokken controleren
Controleer en pas altijd de remhandel
aan voor u gaat rijden. Kijk om de rem
te controleren naar de positie van de
stelschroef. Als de schroefpositie het
einde heeft bereikt dient een dealer de
remschoenen als een complete set te
vervangen.
REMVLOEISTOF
!
WAARSCHUWING
Door onvoldoende remvloeistof kan er
lucht in het remsysteem komen waar-
of niet meer werken. Controleer voor
u gaat rijden of de remvloeistof boven
het minimumniveau zit en vul bij indien
noodzakelijk.