15
Voor de selectie van de Client wordt normaal deze volgorde aanbevolen: UDP – TCP. Nadat de PAN
EN TILT-netwerkcamera met succes is aangesloten geeft de “protocolopties” het gekozen protocol
aan. Het gekozen protocol wordt in de PC van de gebruiker geregistreerd en voor de volgende
aansluiting gebruikt. Na een verandering in de netwerkomgeving of als de gebruiker de PAN EN TILT-
netwerkcamera door de webbrowser opnieuw wil laten zoeken, kiest u het UDP-protocol manueel,
slaat het op en gaat u terug naar “HOME”, om de verbinding opnieuw op te bouwen.
<url> HTTP://<Network Camera>/clientset.html
„Network Camera“ is het originele IP-adres of de hostnaam van de PAN EN TILT netwerkcamera.