Draagbare airconditioner / Gebruikershandleiding
201 / 220 NL
Controleer of de uitlaatslang goed is gemonteerd.
Waarschuwingen voor afkoelen en ontvochtigen:
-
Wanneer u de functies afkoelen of ontvochtigen gebruikt, gebruik dan een interval van minstens
drie minuten tussen elke aan-/uitschakeling.
-
Voeding moet voldoen aan de vereisten.
-
Het stopcontact is voor AC-gebruik.
-
Deel een stopcontact niet met andere apparaten.
-
Voeding is AC 220--240 V, 50 Hz
6.2 Koelfuncte
-
Druk op de knop ‘Mode’ (modus) tot het pictogram ‘afkoelen’ wordt weergegeven.
-
Druk op de knop ‘omlaag’ of ‘omhoog’ om de gewenste kamertemperatuur te selecteren.
(16°C-31°C)
-
Druk op de knop ‘Wind’ om een windsnelheid te selecteren.
6.3 Ontvochtgen
-
Druk op de knop ‘Mode’ (modus) tot het pictogram ‘ontvochtigen’ wordt weergegeven.
-
Automatisch de geselecteerde temperatuur instellen op de huidige kamertemperatuur min 2°C.
(16°C-31°C)
-
Automatisch de ventilatormotor instellen op lage windsnelheid.
6.4 Ventlator
-
Druk op de knop ‘Mode’ (modus) tot het pictogram ‘ventilator’ wordt weergegeven.
-
Druk op de knop ‘Wind’ om een windsnelheid te selecteren.
6.5 Verwarmen (deze functe s net beschkbaar voor een
koelapparaat)
-
Druk op de knop ‘Mode’ (modus) tot het pictogram ‘verwarmen’ wordt weergegeven.
-
Druk op de knop ‘omlaag’ of ‘omhoog’ om de gewenste kamertemperatuur te selecteren.
(16°C-31°C)
-
Druk op de knop ‘Wind’ om een windsnelheid te selecteren.
6 Introducte bedenng