118 119
7. GEBRUIK
7.1 Gebruik starten
Stap 1: luchtbevochtiger plaatsen
1.
Plaats de luchtbevochtiger op een vlakke, stabiele ondergrond. Zo
kunnen vibraties en lawaai vermeden worden. Verplaats de luchtbe-
vochtiger nooit wanneer deze in gebruik is.
2.
Plaats de luchtbevochtiger zo dat er rondom het apparaat aan alle
zijden 30 cm vrij is.
3. Zorg ervoor dat de luchtinlaat
9
en de luchtuitlaat
2
nooit worden
geblokkeerd.
Stap 2: watertank vullen
1. Haal de motorunit
3
naar boven toe eraf.
2. Plaats het filter
4
met behulp van de filterhouder
7
inclusief de waterniveausensor
5
in de water-
tank
8
.
3. Vul de watertank
8
tot aan de ‘Max.’-markering
6
met koud leidingwater of gedistilleerd water. De
watertemperatuur mag niet hoger zijn dan 40°C. Vul de watertank
8
niet tot voorbij de ‘Max.’-mar-
kering
6
.
4. Plaats nu de motorunit
3
weer op de watertank
8
.
LET OP
Let er bij het plaatsen van de filterhouder
7
incl. filter
4
en waterniveau-
sensor
5
op dat het ronde gat van de filterhouder
7
op het kleine uitsteek-
sel in de bodem van de watertank ligt.
Stap 3: filter laten volzuigen
Voor een optimale bevochtigingsuitvoer laat u het filter
4
30 minuten
lang water opnemen, voordat u de luchtbevochtiger inschakelt (het
waterpeil kan tijdens deze procedure tot onder de ‘Max.’-markering
6
dalen).
30
min