120 121
• Verwijder het resterende water als u het apparaat niet gebruikt. Het resterende water is geen
drinkwater! Giet het resterende water weg in de afvoer.
• U mag het resterende water in geen geval drinken! Gebruik het resterende water ook niet
voor dieren of planten.
• Gebruik het apparaat niet op plekken waar eerder wierook (stokjes of tegen insecten) werd
gebruikt.
• Gebruik het apparaat niet in ruimten waarin chemische dampen of olieresten aanwezig zijn.
5. BESCHRIJVING VAN HET APPARAAT
De bijbehorende tekeningen zijn afgebeeld op pagina 3.
Luchtbevochtiger Bedieningspaneel
1
Bedieningspaneel
2
Led-lichtring
3
Luchtuitlaat
4
Motorunit
5
Filter
6
Waterniveausensor
7
‘Max.’-markering
8
Filterhouder
9
Watertank
10
Luchtinlaat
11
AAN/UIT-toets
12
Display
(laat de huidige relatieve luchtvochtigheid, de ventilatorsnelheid
en de timerduur zien)
13
Doelluchtvochtigheidsindicator
14
Doelluchtvochtigheidstoets
15
Timer-toets
16
Ventilatorsnelheidstoets
17
NACHT-indicator
(brandt als de NACHT-modus actief is)
18
AUTO-indicator
(brandt als de AUTO-modus actief is)
19
Filterdroogindicator
(brandt als de filterdroogfunctie actief is)
20
Filtervervangingsindicator
(brandt als het filter moet worden vervangen)
21
Watertankindicator
(brandt als de watertank leeg is/bijgevuld moet worden)
6. INGEBRUIKNAME
1. Open de verpakking.
2. Laat de plastic zak dicht en haal het apparaat naar boven toe uit de verpakking.
3. Verwijder al het plastic en alle plakstrips. Haal het filter
5
uit het apparaat (zie het hoofdstuk “8.3 Filter
vervangen”) en haal het filter uit het plastic. Plaats het filter
5
vervolgens weer in het apparaat.
4. Controleer het apparaat, de netstekker en het netsnoer op beschadigingen.