122 123
7.2 Doelluchtvochtigheid instellen
Indien gewenst hebt u de mogelijkheid om een doelluchtvochtigheid op de luchtbevochtiger in te stellen.
Middels de doelluchtvochtigheidsindicator
13
wordt de momenteel ingestelde doelluchtvochtigheid weer-
gegeven (40%, 50% of 60%).
Als er op de doelluchtvochtigheidsindicator
13
geen waarde brandt, bevochtigt de luchtbevochtiger tot er
een luchtvochtigheid van 70% is bereikt. Vervolgens wordt het apparaat uitgeschakeld. Om te voorkomen
dat de ruimte te vochtig wordt, adviseren wij u een luchtvochtigheid van 40 tot 60% te selecteren.
1. Selecteer met de doelluchtvochtigheidstoets
14
de gewenste doelluchtvochtigheid.
2.
De geselecteerde doelluchtvochtigheid gaat op de doelluchtvochtigheidsindicator
13
branden. Als er
op de doelluchtvochtigheidsindicator
13
geen waarde brandt, is de doelluchtvochtigheid ingesteld op
70%. Zodra de doelluchtvochtigheid is bereikt, wordt de luchtbevochtiger automatisch uitgeschakeld.
Om de gewenste doelluchtvochtigheid zo snel mogelijk te bereiken, adviseren wij u om
ramen en deuren tijdens het gebruik gesloten te houden, omdat droge buitenlucht ervoor
kan zorgen dat het langer duurt voordat de doelluchtvochtigheid wordt bereikt.
7.3 Ventilatorsnelheid/modus instellen
De luchtbevochtiger heeft drie ventilatorsnelheden (, en ) en twee modi (AUTO-modus en
NACHT-modus
).
• Selecteer wanneer de luchtbevochtiger is ingeschakeld een ventilatorsnelheid of een modus met de
ventilatorsnelheidstoets
16
. Op het display
12
wordt de momenteel ingestelde ventilatorsnelheid dan
wel de huidige modus weergegeven. Na enkele seconden wordt op het display
12
weer de huidige
relatieve luchtvochtigheid van de ruimte weergegeven.
Brandt
op het
display
Beschrijving
I
Lage ventilatorsnelheid
2
Gemiddelde ventilatorsnelheid
3
Hoge ventilatorsnelheid
SL
In de NACHT-modus gaan de led-lichtring
2
en alle indicatoren op het bedie-
ningspaneel
1
uit, behalve de NACHT-indicator
17
. In de NACHT-modus is altijd de
lage ventilatorsnelheid actief.
A
In de AUTO-modus wordt de ventilatorsnelheid automatisch aangepast, afhankelijk van
hoe dicht de huidige luchtvochtigheid bij de gewenste doelluchtvochtigheid ligt.
7.4 Timerfunctie
De luchtbevochtiger heeft een timerfunctie, waarmee u kunt aangeven na hoeveel uur de luchtbevochtiger
automatisch moet worden uitgeschakeld. U kunt de timer instellen op 1 tot 9 uur.
1. Selecteer met de Timer-toets
15
de gewenste timer. Op het display
12
gaat de momenteel ingestelde
timer branden (bijv.
). Na enkele seconden wordt op het display
12
weer de huidige luchtvochtigheid
weergegeven.
2. Druk om de timer uit te schakelen zo vaak op de Timer-toets
15
tot op het display wordt weergege-
ven. De timer is nu uitgeschakeld.