122
Stap 4: luchtbevochtiger inschakelen
1. Steek de netstekker in een geschikt stopcontact. Zorg ervoor dat het
netsnoer geen struikelgevaar vormt.
2. Druk op de AAN/UIT-toets
11
om de luchtbevochtiger in te schake-
len. Bij de eerste ingebruikname staat de luchtbevochtiger standaard
op de AUTO-modus (zie hoofdstuk “7.3 Ventilatorsnelheid/modus
instellen”).
3. De led-lichtring
2
wordt automatisch ingeschakeld. De led-lichtring
2
geeft de huidige luchtvochtigheid van de ruimte in kleur aan (zie
hoofdstuk “7.5 Led-lichtring”). Op het display
12
wordt na enkele
seconden de huidige relatieve luchtvochtigheid van de ruimte weer-
gegeven.
4.
Zodra het water in de watertank op is, wordt de luchtbevochtiger
automatisch uitgeschakeld en gaat de watertankindicator
21
op het
bedieningspaneel branden. Als de watertank leeg is, worden er geen
luchtvochtigheidswaarden weergegeven. Vul de watertank
9
nu op-
nieuw met water of schakel indien gewenst de fi lterdroogfunctie (zie
hoofdstuk ‘8.1 Filterdroogfunctie’) in.
Stap 5: extra functie instellen
U kunt nu optioneel de volgende functies instellen:
Doelluchtvochtigheid, ventilatorsnelheid/modus, timerfunctie en de
led-lichtring.
Meer informatie over de afzonderlij ke functies vindt u in de hoofdstuk-
ken 7.2 tot en met 7.5.
Stap 6: na het gebruik
1. Trek na elk gebruik de netstekker uit het stopcontact.
2.
Giet eventueel aanwezig resterend water uit de watertank
9
. Laat
geen water in de watertank
9
staan als het apparaat niet wordt ge-
bruikt.
3. Laat het fi lter
5
aan de lucht drogen als het apparaat niet in gebruik
is of gebruik van tij d tot tij d de droogfi lterfunctie na gebruik (zie hoofd-
stuk “8.1 Filterdroogfunctie”).
Als u de luchtbevochtiger ergens anders wilt plaatsen, trekt u
de netstekker uit het stopcontact en giet u de watertank
9
leeg om overlopen te voorkomen. Zorg er bij het dragen van de
luchtbevochtiger voor dat u het apparaat met beide handen
onder bij de watertank
9
vasthoudt.