EasyManua.ls Logo

Certikin HPP040 - Page 113

Certikin HPP040
143 pages
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
TECHNISCHE HANDLEIDING. INGEBRUIKSTELLING EN WERKING
Het regelen van de temperatuur
Druk gedurende minstens 2 seconden op de toets set (instellen) en ga vervolgens naar de modus voor de temperatuurregeling.
Het LED-scherm zal de ingestelde temperatuur tonen. Vervolgens kunt u de parameter wijzigen met behulp van de toetsen 5 of
6 (de toets 5 verhoogt met 0,1 °C en de toets 6 vermindert met 0,1 °C; als u de toets langer dan 0,5 seconden
ingedrukt houdt, kunt u de temperatuur sneller verhogen of verlagen). Druk na de instelling opnieuw op de toets "set" (instellen) en
verlaat vervolgens de modus voor de parameterinstelling (het regelbereik voor de temperatuur wordt beperkt door de parameters
F13 en F14, zie het hoofdstuk Gevorderde werking). Als u tijdens het regelproces op de toets M drukt, zal de bewerking
geannuleerd worden en zult u de bewerking verlaten, maar de regelwaarde zal bewaard worden.
Het lezen van de temperatuursensor van de verdamper
Als u de actuele temperatuur bekijkt, druk dan op de toets 6. De regelaar zal de ontdooitemperatuur tonen. Laat de toets
6 los en keer terug naar de actuele temperatuur.
Gevorderde werking
Druk op de toets M en houd die gedurende 5 seconden ingedrukt en als er een wachtwoord ingesteld is, zal het woord PAS op
het LED-scherm verschijnen om u te verzoeken het wachtwoord in te geven. U kunt de toetsen 5 en 6 gebruiken om het
wachtwoord in te geven. Als het wachtwoord correct is, zal het LED-scherm de parametercode tonen. Gebruik de toetsen 5 of
6 om de parametercode te selecteren. Als u op de toets set (instellen) drukt, kan de parameterwaarde getoond worden nadat
deze geselecteerd werd. Gebruik hier de toetsen 5 of 6 om de parameter aan te passen (als u op de toets drukt en deze
ingedrukt houdt, kunt u de waarde snel verhogen of verlagen). Druk vervolgens op de toets set om terug te keren naar de modus
voor de visualisatie van de parametercodes als u klaar bent met de regeling. Als u op de toets M drukt, kunt u de modus voor de para-
meterregeling verlaten als u de parametercode ziet en als u de toets M indrukt, wil dat zeggen dat u het proces annuleert tijdens
de regeling van de parameters en dat de parameters ongewijzigd zullen blijven.
Hieronder
worden de parametercodes
getoond:
Classificatie
Code Parameter Beriek Fabrieksinstelling
Eenheid Opmerkingen
F11
Regeling van de
temperatuur
F14 F13 28
/
Hiet regelbereik wordt
begrensd door F13 y F14
F12 Temperatuurverschil 0.1 20 1.0
/
Controle van het
temperatuurverschil. Zie
Temperatuurcontrole.
F13
Regeling Max.
Temperatuur
-58 - 302 35
/
F14
Regeling Min.
Temperatuur
-58 302 10
/
De regelaar moet de norm
van F14<F11<F13 volgen.
Als u vaststelt dat een
parameter niet aangepast kan
worden, komt dit doordat
deze beperkit wordt door
andere parameters. De
andere parameters moeten
eerst aangepast worden.
F17
Automatische modus
temperatuurverschil
3 - 20 3
/
Aleen als F17<F12,F17=F12
F18
Regeling van de sensor
van de verdamper
-20 20 0.0
/
Regeling van de afwijking
van de sensor van de
verdamper
Temperatuur
F19
Regeling van de sensor
van de wáter
-20 20 0.0
/
Regeling van de afwijking
van de sensor van de water
F21
Vertragingstijd van de
compressor
0 -- 10 3 min
Compressor
F29 Modus compressor
COOL / HEAT
/C/H
HEAT -
COOL: Koeling
HEAT: Verwarming

Table of Contents

Related product manuals