EasyManua.ls Logo

dideco D 905 EOS - Page 47

Default Icon
76 pages
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
17) van het cardiotomiereservoir af.
VENEUZE LIJN: het is mogelijk om een veneuze lijn van 1/2" op
de aangegeven aansluiting van het veneuze reservoir aan te slui-
ten als "VENOUS RETURN" (fig. 2, ref. 13).
De veneuze retouraansluiting kan 180' worden gedraaid om de
meest geschikte stand voor de veneuze lijn te kunnen vinden.
Deze draaibeweging is alleen mogelijk nadat u het polycarbo-
naattussenstuk waarmee de aansluiting is bevestigd heeft ver-
wijderd.
Verwijder het tussenstuk pas dan nadat u de veneuze lijn op de
veneuze retouraansluiting heeft aangesloten.
ZUIGLIJNEN:
Zonder scheiding van het bloed in de afzuigers:
nadat u de beschermende kapjes van de van een filter voorziene
inlaataansluitingen aan de bovenkant van het cardiotomiereser-
voir (4 inlaataansluitingen van 1/4" / 6,35 mm, 2 inlaataanslui-
tingen van 3/8"/9,53mm) heeft verwijderd, moet u de uiteinden
van de zuiglijnen daar op aansluiten en de draaibouten (fig. 2,
ref. 6) zo draaien dat de inlaataansluitingen naar de zuigpom-
pen toe gericht zijn.
Met scheiding van het bloed in de afzuigers:
sluit de twee “Y”-verloopstukken van de convenience kit aan op
de twee connectoren op het cardiotomiereservoir (“Cardiotomy
Bypass Port”, (fig. 2, ref. 15)). Sluit op de ingangen van de twee
verloopstukken (4 inlaataansluitingen van 1/4" / 6,35 mm, 2 luer
lock inlaataansluitingen) de toevoerlijnen rechtstreeks aan op
het veneuze reservoir: ventriculaire afzuigers, afzuiger van de
radix aortae, ontluchting arterieel filter, bloedconcentrator, snel-
le vulling van het veneuze reservoir. Sluit tenslotte de overige
afzuiglijnen aan op de ingangen met filter van het cardiotomie-
reservoir (fig. 2, ref. 6). Houd de verbindingssleutel (fig. 2, ref.
3) gedurende de hele procedure gesloten (in lage stand).
ARTERIËLE LIJN: haal het rode kapje van de arteriële uitlaataan-
sluiting van de oxygenator af die aangegeven is als “ARTERIAL
OUTLET” (fig. 2, ref. 7) en sluit daar een lijn van 3/8" op aan.
POMPLIJN: het pompsegment moet tussen de uitlaataansluiting
van het veneuze reservoir (fig. 2, ref. 7) en de veneuze inlaat-
aansluiting van de oxygenator (fig. 2, ref. 4) worden gemonteerd
waarbij u rekening moet houden met de draairichting van de
pomp.
Haal het gele kapje van de ventilatieaansluiting (fig. 2, fig. 18)
van het cardiotomiereservoir af.
Indien er bloed waar zuurstof aan toegevoegd is voor bloed-
cardioplegie nodig is moet u de rode pos. lock verwijderen en
door middel van het verloopstuk D 532C (dat met het product
wordt meegeleverd) een bloedlijn van 1/4" van het cardiople-
giesysteem op de coronaire uitlaataansluiting van de D905
EOS aansluiten.
De coronaire uitlaataansluiting is voorzien van een veiligheids-
klep waardoor het verloopstuk D 523C zonder lekken of hinder-
lijk morsen ook tijdens de extracorporele bypass kan worden
aangesloten.
Als de coronaire uitlaataansluiting tijdens de bypass wordt
gebruikt dan moet de lijn die aangesloten moet worden open
zijn en niet onder druk staan zodat het bloed erin kan stromen
nadat de verbinding is gemaakt.
6) AFNAME-OPLOOPSTUK
Het arteriële/veneuze afname-oploopstuk wordt steriel en per
stuk verpakt geleverd, samen met een veneuze/arteriële lijn van
ongeveer 1 m.
ARTERIËLE AFNAMELIJN: verwijder de beschermdop van de
luer connector in de buurt van de arteriële uitgang (fig. 2, ref. 8).
Verbind hiermee de male luer van de arteriële afnamelijn van het
oploopstuk.
Male luer connectors die niet door SORIN GROUP ITALIA
geproduceerd zijn zouden de eenrichtingsklep die in de arte-
riële afname-luer van de oxygenator zit kunnen beschadigen.
Op het moment van aansluiting moet met het oog worden
gecontroleerd of de male luer niet doordringt tot de eenrich-
tingsklep.
VENEUZE AFNAMELIJN: verwijder de beschermdop van de luer
connector in de buurt van de veneuze uitgang (fig. 2, ref. 14).
Verbind hiermee de male luer van de veneuze afnamelijn van het
oploopstuk.
7) AANSLUITING VAN DE TEMPERATUURVOELERS
De aansluiting voor de arteriële temperatuurvoeler (rood – fig. 2,
ref. 9) bevindt zich in de buurt van de arteriële uitlaat, terwijl de
veneuze voelerhouder (blauw – fig. 2, ref. 10) zich aan de kant
van de veneuze inlaat bevindt. Het artikelnr. van de tempera-
tuurvoelers van SORIN GROUP ITALIA is 09026.
8) CONTROLE OF DE KRAAN VAN DE RECIRCULATIE-/AFTAPLIJN
GESLOTEN IS
Sluit de kraan van de recirculatie-/aftaplijn (zie het diagram op
het etiket).
9) AANSLUITING VAN DE GASLIJN
Haal het groene kapje van de gasinlaataansluiting die met "GAS
INLET" (fig. 2, ref. 11) is aangegeven af en sluit er een gaslijn
van 1/4" op aan. Het gas moet toegevoerd worden door een spe-
ciale lucht-/zuurstofmenger zoals de Sechrist artikelnr. 09046
(verkrijgbaar bij SORIN GROUP ITALIA) of een systeem dat
soortgelijke technische eigenschappen heeft. In het midden van
de "GAS ESCAPE" aansluiting (fig. 2, ref. 12) treft u de aanslui-
ting aan voor een capnograaf.
- Het "GAS ESCAPE" systeem is vervaardigd met het doel om
elk mogelijk verstoppingsrisico van de gasuitlaat te vermij-
den; indien de gasuitlaat namelijk verstopt zou raken zou er
onmiddellijk lucht in het bloedcompartiment terechtkomen.
- SORIN GROUP ITALIA adviseert het gebruik van een lucht-
belopvangsysteem of een filter op de arteriële lijn om het
risico een embolie bij de patiënt te veroorzaken te vermij-
den.
10) VLUCHTIGE ANESTHETICA
De oxygenator is geschikt voor gebruik met de vluchtige ane-
sthetica isofluraan en sevofluraan, door middel van een geschik-
te verdamper van narcosegassen. Als deze vluchtige anestheti-
ca worden gebruikt, moet een methode om het gas uit de oxy-
genator te spoelen in beschouwing worden genomen. Het pro-
tocol, de concentratie en de bewaking van de anesthetica die aan
de patiënt worden toegediend, zijn uitsluitend voor verantwoor-
delijkheid van de arts die verantwoordelijk is voor de behande-
ling.
De enige vluchtige anesthetica die geschikt zijn voor dit gebruik
zijn isofluoraan en sevofluoraan.
De methodes toegepast voor het spoelen van vluchtige anesthe-
tica mogen op geen enkele wijze het drukniveau bij de oxygena-
torvezels verhogen of verlagen.
F. VUL- EN RECIRCULATIEPROCEDURE
Gebruik geen vuloplossing op alcohol-basis: hierdoor kan de
goede werking van de oxygenatiemodule aangetast worden.
1) HOUD DE GASFLOW UITGESCHAKELD
2) HOUD DE RECIRCULATIE-/AFTAPLIJN VAN DE OXYGENATOR
GESLOTEN
Controleer of de kraan op de recirculatie-/aftaplijn dicht is.
3) DE VENEUZE EN DE ARTERIËLE LIJN AFSLUITEN
Sluit de veneuze lijn af.
Sluit de arteriële lijn af op enkele centimeters afstand van de
arteriële uitlaataansluiting van de oxygenator.
4) CONTROLE VAN DE WARMTEWISSELAAR
Controleer nogmaals of de warmtewisselaar intact is en ga na
dat er geen water lekt.
VOORZICHTIG
VOORZICHTIG
45
NEDERLANDS
ATTENTIE
ATTENTIE
ATTENTIE
ATTENTIE
ATTENTIE
VOORZICHTIG