EasyManua.ls Logo

dideco D 905 EOS - Page 49

Default Icon
76 pages
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
1) Schakel de gasflow uit.
2) Schakel de warmtecirculatiepomp uit.
3) Verlaag de snelheid van de arteriële pomp langzaam tot nul en sluit
tegelijkertijd de veneuze lijn af.
4) Sluit de arteriële lijn af.
5) Open de recirculatielijn.
6) Verhoog de snelheid van de pomp tot een flow van 2000 ml/min.
7) Als het bloed van de afzuigers gescheiden wordt:
a) verwijder de pos-lock op de aansluitsleutel (fig. 2, ref. 3) en sluit
het verloopstuk D 523C (dat bij het product geleverd wordt) aan
b) vang het in het cardiotomiereservoir verzamelde bloed op met
een machine voor zelftransfusie die met het verloopstuk is ver-
bonden met een lijn van 1/4”
c) was het opgevangen bloed en breng het vervolgens weer terug
in de patiënt.
- Als de extracorporele circulatie daarna opnieuw gestart moet
worden dan moet er een minimum bloedflow in de D905 EOS
gehouden worden (max. 2000 ml/min).
- Schakel de warmtecirculatiepomp tijdens de recirculatie niet
uit.
- Controleer of het eventuele systeem dat op de coronaire uit-
laataansluiting is aangesloten naar behoren afgesloten is.
J. HET BLOED NA BEËINDIGING VAN DE BYPASS OPVANGEN
1) Vang zoveel mogelijk bloed uit de veneuze lijn op in het veneuze
reservoir, zodra de chirurg de canules uit de vena cava van de pati-
ënt heeft gehaald.
2) Voer bloed in de aorta-canule toe afhankelijk van de individuele toe-
stand van de patiënt en laat het niveau in het veneuze reservoir
langzaam zakken.
3) Als het veneuze reservoir bijna leeg is moet u de arteriële pomp
stoppen en de arteriële lijn afsluiten.
K. GEBRUIK VAN ACTIEVE VENEUZE DRAINAGE MET
VACUÜM
Deze methode kan op elk moment gedurende de extracorporele circu-
latie worden toegepast, op voorwaarde dat onderstaande voorschriften
worden opgevolgd. Door gebruik te maken van de kit met artikelnum-
mer 096834, of gelijkwaardige en apart geleverde kits, en een regelme-
chanisme voor het vacuüm, kan EOS gebruikt worden met actieve
veneuze drainage met vacuüm. Deze techniek vormt een alternatief voor
de veneuze drainage door zwaartekracht, en maakt het mogelijk korte-
re veneuze slangen met een kleinere diameter te gebruiken, alsook
canules met een geringere doorsnede.
1. Maak de verpakking van de actieve veneuze drainagekit met vacu-
üm zo open, dat de steriliteit van het systeem niet wordt aangetast.
2. Sluit het uiteinde met de blauwe dop aan op de aftapaansluiting van
het veneus reservoir (fig. 2, ref. 18) en het uiteinde met de rode dop
op het regelmechanisme van het vacuüm. Laatstgenoemde moet
worden aangesloten op de vacuümlijn.
3. Sluit de klem en de groene dop af op de lijn die met het reservoir
verbonden is.
4. Als u de methode wilt stoppen of onderbreken, verwijder dan de
gele dop en open de klem op de lijn zelf.
– De negatieve druk die op het reservoir wordt uitgeoefend mag
nooit groter zijn dan - 80 mmHg (10,4kPa / 0,10bar).
– Controleer regelmatig de werking van het regelmechanisme van
het vacuüm en de vacuümgraad.
– Stop de toepassing van het vacuüm tijdens de hele stopzettings-
procedure van de circulatie
L. GEBRUIK VAN HET CARDIOTOMIERESERVOIR VOOR
POSTOPERATIEVE AUTOTRANSFUSIE
Voor de postoperatieve autotransfusie door middel van het veneuze
reservoir moet u op de hieronder beschreven wijze handelen:
1. Koppel de recirculatie-/aftaplijn los.
2. Scheid het veneuze reservoir van de oxygenatiemodule door de
witte haak los te maken.
3. Plaats het veneuze reservoir op de houder voor “postoperatieve
borstkasdrainage”, art. nr. 05039 en maak gebruik van één van
onderstaande kits die als optie verkrijgbaar zijn waarbij u de betref-
fende gebruiksaanwijzing moet lezen:
- D 540 AUTOTRANSFUSIEOMSCHAKELKIT artikelnr. 05053;
- D 540 W AUTOTRANSFUSIEOMSCHAKELKIT, uitgerust met een
waterklep, artikelnr. 05062.
4. Als u de hele capaciteit van het reservoir wilt gebruiken, moet de
verbindingssleutel (fig. 2, ref. 3) geblokkeerd worden met de rode
klem in de bij het product geleverde convenience kit.
Als er een zodanige negatieve druk wordt toegepast op het systeem
dat de overdrukklep tot ingrijpen gedwongen wordt, zal het opge-
vangen bloed niet meer geschikt zijn voor transfusie omdat het ver-
ontreinigd is.
M. DE OXYGENATOR VERVANGEN
Tijdens de perfusie moet er altijd een reserveoxygenator aanwezig zijn.
Nadat het medische hulpmiddel zes uur met bloed is gebruikt of indien
er zich dusdanige situaties voordoen waardoor naar de mening van
degene die verantwoordelijk is voor de perfusie de veiligheid van de
patiënt in gevaar wordt gebracht (ontoereikende prestaties van de oxy-
genator, lekkages, abnormale bloedparameters enz.) moet het medi-
sche hulpmiddel vervangen worden zoals hieronder aangegeven.
Pas tijdens de gehele vervangingsprocedure steriele technieken toe.
Vervanging van de oxygenator en van het EOS DUAL RESERVOIR
1) Schakel de gasflow uit.
2) Sluit de veneuze lijn door het plaatsen van twee klemmen (op 5 cm
afstand van elkaar).
3) Stop de arteriële pomp en sluit de arteriële lijn door het plaatsen
van twee klemmen (op 5 cm afstand van elkaar) in de buurt van de
oxygenator.
4) Stop de waterflow naar de warmtewisselaar, sluit de waterlijnen af
en verwijder ze.
5) Verwijder de gaslijn, alle monitoring- en monsternemingslijnen.
6) Snijd de veneuze retourlijn en de arteriële lijn tussen de beide klem-
men door en laat een voldoende lange slang over voor de volgende
aansluiting.
7) Haal de D905 EOS uit de houder en het pompsegment uit de arte-
riële pomp.
8) Plaats de D905 EOS opnieuw op de houder. Sluit alle lijnen aan (de
veneuze lijn op het veneuze reservoir, de arteriële en de gaslijn op
de oxygenator, de pomplijn op het veneuze reservoir en de oxyge-
nator).
Tijdens deze fase moet u ervoor zorgen dat de veneuze en de arteri-
ële lijn afgesloten zijn.
9) Open de waterlijnen van de houder, zet de warmtecirculatiepomp
aan en controleer of de nieuwe D905 EOS intact is.
10) Vul het cardiotomiereservoir van de nieuwe D905 EOS met de pri-
mingoplossing via één van de “quick prime” inlaataansluitingen
van 3/8" of 1/4" die aan de bovenkant van het veneuze reservoir zijn
aangebracht.
11) Vul de nieuwe D905 EOS en laat eventuele luchtbellen ontsnappen
zoals beschreven in de paragraaf met betrekking tot de vul- en de
recirculatieprocedure.
12) Controleer de aansluitingen en borg ze met klemmen.
13) Verwijder de klemmen van de veneuze lijn en de arteriële lijn, sluit
de recirculatie-/aftaplijn en start de bypass opnieuw.
14) Het bloed dat in het vervangen veneuze reservoir is achtergebleven
kan opgevangen worden door de uitlaataansluiting op één van de
inlaataansluitingen van 3/8" van het nieuwe reservoir aan te sluiten.
15) Het bloed dat in de oxygenator en in de warmtewisselaar zit kan
opgevangen worden door de arteriële lijn op één van de inlaataan-
sluitingen van 3/8" van het nieuwe reservoir aan te sluiten.
Vervanging van alleen de oxygenatiemodule:
1) Schakel de gasflow uit en koppel de gaslijn af.
2) Breng de klem aan op de veneuze retourlijn.
3) Zet de arteriële pomp stil en plaats twee klemmen op de arteriële lijn
(5 cm van elkaar) in de buurt van de oxygenator.
4) Breng een klem aan op de inlaatlijn van de oxygenator in de buurt
van de connector van de oxygenatiemodule (5 cm van elkaar).
5) Schakel de warmtecirculatiepomp uit, sluit de waterlijnen af en ver-
wijder hen.
6) Sluit de recirculatie-/aftapkraan en koppel de recirculatie-/aftaplijn af.
7) Als er een cardioplegiecircuit is aangesloten, moet hij worden afge-
VOORZICHTIG
47
NEDERLANDS
ATTENTIE
ATTENTIE
ATTENTIE
VOORZICHTIG