13
2 Selecteer het WLAN en bevestig.
3 Voer het wachtwoord voor het WLAN in.
-> Selecteer met <shift> + de draaiknop de gewens-
te letter;
-> Bevestig de letter door op de draaiknop te
drukken;
-> Ga door naar de volgende letter.
4 Als de verbinding volledig tot stand is gebracht,
zoekt de Mobile Station WLAN naar een geschikte
Central Station en maakt verbinding.
5
Als de Mobile Station WLAN meerdere geschikte
Central Stations vindt, krijgt u een keuzemenu te zien,
waarin u de gewenste Central Station kunt selecteren.
De gevonden instellingen worden opgeslagen in de
Mobile Station WLAN. Als zowel het gekozen WLAN
als de gekozen Central Station bij het inschakelen van
de Mobile Station WLAN beschikbaar zijn, hoeven
deze niet opnieuw te worden ingesteld.
Client en server
Als meerdere rijregelaars tegelijkertijd verbonden zijn
met de modelspoorbaan, moet een apparaat client zijn.
Alle andere apparaten zijn dan servers.
Aanmaken, herkennen en programmeren loopt alleen
via de client. De server neemt alle locomotieven uit
de client over. Toewijzing van client of server gebeurt
als volgt:
Client Server
+
CS 2 / 3 MS-WLAN
+
MS 2 MS WLAN
+
MS WLAN MS WLAN
(lagere serienr.)
Wordt de MS WLAN naast meerdere Central Stations
gebruikt, kan onder “MSW-instellingen - client selec-
teren” worden ingesteld welke van de aangesloten
Central Stations de client moet zijn.
S H I F T
S T O P S T O P
R ij regelaar
R ij richting omkeren
„OK“
Shift
Stap
terug
Magneetartikel
+ Shift menu
scrollen
Keizen Keizen
Lok-kiezen
+Shift locs configureren
Stopp