b. Bij een per ongeluk veroorzaakte kortsluiting kan
de eindversterker worden beschadigd.
c. Let bij de aansluiting op de correcte polariteit:
Verbind de positieve pool (gemarkeerde ader
van de luidsprekerkabel) telkens met de rode
apparaatjack.
5.2 Uitgangen
Verbind de cinch-jacks SAT OUT (15) met de ingan-
gen van een stereo-eindversterker die de satelliet-
luidsprekers stuurt.
Bij hoogwaardige, loskoppelbare krachtver-
sterkers met een voorversterkeruitgang (mogelijk
opschrift “Pre Out”) en een eindversterkeringang
(mogelijk opschrift “Amp In”) kan de module
SAM-2 ook op de krachtversterker worden aan-
gesloten: Sluit de jacks LINE IN (14) aan op de
voorversterkeruitgang en de jacks SAT OUT (15)
op de eindversterkeringang.
5.3 Voedingsspanning
Ten slotte verbindt u het meegeleverde netsnoer
eerst met de jack (11) en plugt u het in een stop-
contact (230 V/ 50 Hz).
6 Bediening
U kunt de instellingen pas controleren, wanneer de
verbinding met de satellietluidsprekers tot stand is
gebracht. De klank moet op de uiteindelijke luis-
terplaats worden beoordeeld en door een tweede
persoon op de actieve subwoofer volgens aanwij-
zingen optimaal afgeregeld.
1) Schakel de actieve box met de POWER-schake-
laar (10) in. Zolang er geen ingangssignaal is,
staat de box in energiesparende bedrijfsmodus
(stand-by), en de controle-LED (2) licht rood op.
Zodra er een signaal is, schakelt de eindverster-
ker in en licht de LED groen op.
Indien er gedurende ca. 7 minuten geen
signaal is, schakelt de actieve box terug naar
stand-by-modus (LED = rood). Indien de actieve
box gedurende langere tijd niet wordt gebruikt,
moet u hem met de POWER-schakelaar uitscha-
kelen. Anders is er in de stand-by-modus steeds
een klein stroomverbruik.
Als het automatisch omschakelen tussen
standbymodus en bedrijfsmodus niet optimaal
zou functioneren, kunt u de inschakeldrempel
in het bereik van 1 – 10 mV veranderen. De re-
gelaar voor de inschakeldrempel bevindt zich
in de positie RVa op de printplaat van de voor-
versterker (zie pagina 35). Hoe verder de re-
gelaar naar rechts wordt gedraaid, hoe hoger
het ingangsniveau moet zijn, waarbij de module
inschakelt.
2) Indien de aansluiting een aardlus veroorzaakt,
dan is er een bromgeluid hoorbaar (bv. bij zachte
muziekfragmenten). U kunt deze aardlus onder-
breken met behulp van een massaschakelaar
(9). Anderzijds is de versterker niet beschermd
tegen elektrische storingsvelden, als het front-
paneel niet met de massa is verbonden. In geval
van twijfel plaatst u de schakelaar afwisselend
in beide standen om de optimale instelling te
vinden.
3)
Stel met de regelaar SUB CROSSOVER (4) de
bovenste grensfrequentie in, d.w.z. de fre-