99
BENL
overige eisen voor een probleemloze
werking? Beschadigde veiligheidsvoor-
zieningen etc. moeten door geautoriseer-
de personen volgens de voorschriften
worden gerepareerd of vervangen,
tenz uitdrukkelk anders vermeld staat
in de gebruiksaanwzing. Defecte scha-
kelaars moeten door een geautoriseerde
instantie worden vervangen. Voor even-
tuele reparaties kunt u terecht b een
door ons gevolmachtigd servicepunt.
16. Schakel de motor altd eerst uit voor-
dat u instellingen of onderhoudswerk-
zaamheden uitvoert. Dit geldt met
name voor werkzaamheden aan de
draadspoel.
17. Gebruik uitsluitend goedge-
keurde delen. Gebruik voor onder-
houd en reparatie uitsluitend identieke
onderdelen. Reserveonderdelen zn
verkrgbaar via onze online shop (zie
„Reserveonderdelen/toebehoren”).
Waarschuwing! Het gebruik
van andere maaikoppen,
accessoires of opbouwdelen die niet
uitdrukkelk worden aanbevolen,
kan personen en objecten in gevaar
brengen.
Het gereedschap mag alleen wor-
den gebruikt voor werkzaamheden
waarvoor het bedoeld is. Ieder
ander gebruik wordt als onjuist
beschouwd. Voor schade aan voor-
werpen of letsel als gevolg van on-
juist gebruik is alleen de gebruiker
verantwoordelk, in dit geval kan
de fabrikant absoluut niet aanspra-
kelk worden gesteld.
De fabrikant kan niet aansprake-
lk worden gesteld voor schade als
gevolg van gewzigde machines of
onjuist gebruik van zn machines.
Let op! Ook als het gereedschap
wel juist wordt gebruikt blft een
bepaald risico aanwezig. Uit de
aard en constructie van het gereed-
schap kunnen de volgende potenti-
ële risico’s worden afgeleid:
• Contact met een onbeschermde draad-
spoel (snwonden).
• Grpen in de lopende draadspoel
(snwonden).
• Schade aan het gehoor, als geen ge-
schikte bescherming wordt gedragen.
• Ontwikkeling van schadelke stoffen en
gassen als het apparaat wordt gebruikt
in gesloten ruimtes (misselkheid).
Aanvullende
veiligheidsvoorschriften
Om lichamelke letsels en materië-
le schade te vermden:
1. Let op! Houd handen en voeten telkens
buiten bereik van het maaigebied, ook
tdens het starten van het apparaat.
Houd de hand op de extra handgreep
steeds vr.
2. Houd het apparaat altd vast
met de handen op de multifunc-
tionele handgrepen.
Houdt het apparaat altd op veilige
afstand van uw lichaam en zorg dat u
stabiel en stevig staat.
3. Draag altd een veiligheidsbril.
4. Gebruik het apparaat alleen b vol-
doende daglicht of b voldoende
kunstlicht.
5. Gebruik het apparaat niet in de regen
of voor nat gras.
6. Controleer het apparaat altd voor ge-
bruik of na stoten op eventuele bescha-
digingen. Repareer beschadigingen
indien noodzakelk.
7. Gebruik het apparaat niet als de veilig-