EasyManua.ls Logo

Rapido F110 NT - Bediening; Bescherming Tegen Vorst; Reiniging Van de Ketel; Uitschakelen

Rapido F110 NT
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
g) Brander instellen volgens de voorschriften van de fabri
-
kant, en rekening houdend met de voorgeschreven
verbrandingswaarden en het gewenste vermogen.
h) Installatie ontsteken.
i ) Installatie laten verwarmen.
j) Indien zich te weinig water in de installatie bevindt, water
bijvoegen als de ketel afgekoeld is.
k) Gebruiker vertrouwd maken met de bediening van de
installatie.
11. Bediening
Zoals beschreven in de handleiding van het ingebouwde
schakelpaneel.
11.1 Uitschakelen
Hoofdschakelaar on/off uitschakelen.
Stookolie of gasleiding sluiten.
11.2 Bescherming tegen vorst
Als de verwarmingswerking in de winter voor langere tijd
onderbroken wordt, moet de volledige installatie inclusief
de verwarmingsketel geleegd worden. Men doet er best
aan te controleren, of de leegloopkraan niet door vuil
verstopt is tijdens het leeglopen. Deze leegloopkraan moet
gepend blijven tot de installatie terug gevuld wordt.
12. Onderhoud en controle
Volgens de geldende reglementering moet iedere verwar
-
mingsinstallatie met stookolie of aardgas minstens één
-
maal per jaar gecontroleerd worden door de fabrikant of
een erkend, gekwalificeerd technicus. Met name de ver
-
brandingswaarden van de ketel moeten gecontroleerd en
indien nodig bijgesteld worden.
We bevelen aan een onderhoudscontract af te sluiten met
de installateur die de plaatsing uitvoerde.
De ruimte waarin de verwarmingsketel zich bevindt moet
zuiver, droog en verlucht zijn. Afhankelijk van de brandstof
moet de ketel op gezette tijden gereinigd worden, en
minstens elk jaar voor de verwarmingsperiode.
12.1 Reiniging van de ketel
Hoofdschakelaar on/off uitschakelen
Voorpaneel verwijderen
Moeren aan de keteldeur losmaken en de remplaten
uittrekken.
Branderkamer en rookgaskanalen met de reinigings
-
borstel reinigen
Afb. 15 Remplaten verwijderen en de ketel reinigen
Verbrandingsresten uit de ketel verwijderen. Hiervoor
ook gebruik maken van de roetklep achteraan de ketel.
De remplaten terug inzetten
Afb. 16
De verschillende remplaten zijn met getallen gekenmerkt.
Deze getallen moeten bij het inzetten van de remplatan
naar voren zitten.
Steek de remplaten volgens deze cijfers, en volgens afb.
16 terug in de rookgaskanalen.
Opgelet!
Gebruik geen overdreven kracht.
Denk eraan dat afhankelijk van het vermogen en de grootte
van de ketel het aantal remplaten varieert (zij tabel techni
-
sche gegevens vooraan in deze handleiding). Een vertra
-
gingsplaatje voor rookgassen vindt u enkel in de F 110/3
NT en F 110/4.1 NT.
Mogelijk zijn de verwarmingstechnische omstandigheden
tijdens de indienststelling van dien aard dat het aantal
remplaten moet worden gewijzigd. De remplaten kunnen
per twee verwijderd worden om de rookgastemperatuur te
verhogen.
Branderdeur sluiten en moeren vastdraaien.
Voorpaneel aanbrengen.
Hoofschakelaar on/off inschakelen en verbrandings-
waarden nameten.
25
voorlid F 110 NT
remplaten
uitlaatgasdeflektor
alleen bij F 110/3 + 4.1

Table of Contents

Related product manuals