04/2002
87
NL
NL
- CCoonnttrroolleeeerr sstteeeeddss hheett oolliieeppeeiill vvoooorrddaatt uu hheett aaggggrreeggaaaatt ssttaarrtt..
- GGeebbrruuiikk uuiittsslluuiitteenndd ggeehhoommoollooggeeeerrddee oolliiee..
- LLaaaatt ddee mmoottoorr nniieett ddrraaaaiieenn mmeett oonnvvoollddooeennddee oolliiee
II - GGEBRUIKSHANDLEIDING
IIII..11..11 MMOOTTOORROOLLIIEE ((AAFFBBEEEELLDDIINNGG CC))
- Verwijder de olievuldop en veeg de peilstok schoon.
- Steek de peilstok in de vulhals zonder deze vast te draaien.
- Haal de peilstok weer uit de vulhals en controleer het niveau. Indien het niveau te laag is, met de aanbevolen olie bijvullen tot boven in de vulhals.
N.B. Door het oliebeveiligingssysteem slaat de motor automatisch af voordat het oliepeil de onderste veiligheidsgrens bereikt. Om echter te voorkomen dat de
motor onverwachts afslaat, is het aanbevolen om het oliepeil regelmatig te controleren.
IIII..11..22.. LLUUCCHHTTFFIILLTTEERR
-
Controleer of de onderdelen van het luchtfilter schoon en heel zijn. Zonodig reinigen of vervangen.
IIII..11..33.. BBRRAANNDDSSTTOOFF ((AAFFBBEEEELLDDIINNGG DD))
- Controleer het benzineniveau in de branstoftank en vul zonodig bij.
- Controleer of het benzinefilter niet verstopt is.
LLaaaatt ddee mmoottoorr nnooooiitt zzoonnddeerr
lluucchhttffiilltteerr ddrraaaaiieenn..
GGeebbrruuiikk nnooooiitt eeeenn oolliiee//bbeennzziinneemmeennggsseell ooff vveerrvvuuiillddee bbeennzzii-
nnee.. BBeennzziinneessuurrrrooggaatteenn wwoorrddeenn nniieett aaaannbbeevvoolleenn..
IIII..11 VVOOOORRBBEERREEIIDDIINNGG VVOOOORR IINNBBEEDDRRIIJJFFSSTTEELLLLIINNGG ((VVOOOORR HHEETT SSTTAARRTTEENN))