EasyManua.ls Logo

SDMO SD 4000 - Page 57

SDMO SD 4000
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
4.3. Stilleggen (figuur A)
Waarschuwing
Zelfs nadat het aggregaat is uitgeschakeld blijft de motor nog warmte afgeven.
Het aggregaat moet na stilstand degelijk worden geventileerd.
Zet het contact van de motor op "STOP" om het stroomaggregaat dringend stil te leggen.
n Haal de stekkers eraf om de motor gedurende 1 of 2 mn leeg te laten draaien.
o Zet het de schakelaar voor het starten en stoppen (10) op "STOP", het stroomaggregaat valt stil.
p Sluit de brandstofkraan (14).
5. Veiligheden (indien aanwezig, zie tabel met karakteristieken)
5.1. Oliebeveiliging
Deze beveiliging is bedoeld om beschadiging van de motor te voorkomen door gebrek aan olie in het motorcarter. Zij zorgt ervoor dat
de motor automatisch wordt uitgeschakeld. Indien de motor stilvalt en niet meer start, dient u het oliepeil van de motor te controleren
alvorens op zoek te gaan naar andere oorzaken van storingen.
5.2. Vermogensschakelaar
Het elektrisch circuit van het aggregaat is beveiligd door middel van meerdere magnetothermische uitschakelaars,
differentiaaluitschakelaars of thermische uitschakelaars. Eventuele overbelasting en/of kortsluiting doen de distributie van elektrische
spanning stilvallen.
6. Onderhoudsprogramma
6.1. Nut van onderhoud
De frequentie van de onderhoudsbeurten wordt beschreven in het onderhoudsprogramma.
Het is echter de omgeving waarin het stroomaggregaat wordt gebruikt dat bepalend is voor dit programma. Als het aggregaat in
veeleisende omstandigheden wordt gebruikt, moeten de intervallen tussen onderhoudsbeurten ook korter worden gehouden.
Deze onderhoudsperiodes gelden alleen voor aggregaten die werken met brandstof en olie conform de specificaties in deze
handleiding.
6.2. Onderhoudstabel
Voer de onderhoudsbeurten uit bij de
eerste van elke vervaldag die
wordt bereikt
Element
Bij elk
gebruik
Na de eerste
50 uur
3 maanden of
200 uur
6 maanden of
400 uur
12 maanden
of 1000 uur
Het peil controleren
Motorolie
Verversen
motoroliefilter Reinigen
Controleren
Luchtfilter
Vervang
Brandstoffilter Vervang
Reinigen van het aggregaat
Klepspeling Controleren – Afstellen
(1)
Inspuitsysteem Controleren
(1)
(1) Deze werkzaamheden moeten worden overgelaten aan één van onze agenten
7. Onderhoudsmethode
7.1. Reinigen van het oliefilter (figuur E)
n Tap de motorolie af.
o Verwijder het filter (1) na de bevestigingsschroef van 10 mm (2) te hebben losgedraaid.
p Was het filter met dieselbrandstof of benzine.
q Droog het filter en monteer het terug in de omgekeerde volgorde van het demonteren.
r Zet de bevestigingsschroef van het filter vast.
s Vul de motor met de voorgeschreven hoeveelheid olie.
t Start het aggregaat .
u Controleer of er geen lekken zijn en corrigeer het peil indien nodig.

Table of Contents

Related product manuals