13
2.3 I Indienststelling
• Zorg ervoor dat er zich geen werktuigen of andere vreemde voorwerpen in de machine bevinden,
• Plaats het paneel terug dat toegang gee tot het technische gedeelte (zie § "5.3 I Afmengen en markering"),
• Plaats de kleppen als volgt: B klep wijd open, kleppen A, C, D en E gesloten.
: Inlaatklep water
: Bypasskraan
: Uitlaatklep water
: Regelklep waterinlaat (facultaef)
: Regelklep wateruitlaat (facultaef)
• Een onjuiste bypassinstelling kan een storing van de warmtepomp veroorzaken.
• Het correct aanhalen van de hydraulische verbindingen nagaan, en controleren of er geen lekken zijn.
• De stabiliteit van het apparaat controleren.
• Schakel de watercirculae in (door het starten van de ltrae).
• Sluit geleidelijk klep B om de lterdruk met 150 g (0,150 bar) te verhogen,
• Open kleppen A, C en D volledig, en open vervolgens klep E voor de hel (opgehoopte lucht in de condensor van de
warmtepomp en het ltercircuit wordt afgelaten). Als de kleppen D en E afwezig zijn, open A volledig en klep C voor
de hel.
• Koppel de elektriciteit van de warmtepomp aan.
• De warmtepomp staat op Stand-by.
• Druk op
.
• Regel de gewenste waarde van de temperatuur (genaamd ingestelde waarde) (zie § “2.4.2 Wijziging van de
werkingsmodus”).
Na de stappen van het inwerking stellen van uw warmtepomp:
• Stop jdelijk de watercirculae (door het stoppen van het lteren of het sluiten van de klep B of C) om te controleren
of het apparaat stopt na enkele seconden (door het acveren van de debietdetector).
• Verlaag de ingestelde temperatuur onder de watertemperatuur om te controleren dat de warmtepomp en de werking
stopt.
• Schakel de warmtepomp uit door op
te drukken en controleer of deze correct stopt.
NL