120 Softstarters Type PSTX30...PSTX570 Gebruikershandleiding korte vorm 1SFC132082M9901
NL
Condensatoren ter compensatie van de vermogensfactor zn niet
toegestaan tussen de softstarter en de motor, omdat dit stroompieken
kan veroorzaken, die kunnen leiden tot schade aan de thyristors in de
softstarter. Als u zulke condensatoren gebruikt, moeten deze worden
aangesloten aan de voedende kant van de softstarter.
3. Sluit de stuurspanningstoevoer aan op kabelklem 1 en 2.
4. Sluit kabelklem 22 aan op de functionele aarding.
De aarding is geen aardsluitingsbeveiliging maar een functionele
aarding. De massakabel dient zo kort mogelk te zn. Maximumlengte:
0,5 m. De massakabel moet worden aangesloten op de montageplaat,
die ook geaard dient te zn.
5.
Kk naar het diagram en sluit de start- en stopcircuits aan: aansluiting
13, 14, 18, 19 en 20/21, met de interne aansluiting van 24 V DC.
Bgebruik van interne 24 V DC (kabelklem 20 of 21) moeten
kabelklem18 en 19 op elkaar worden aangesloten.
Kabelklem 15, 16 en 17 zn programmeerbare ingangen voor
doeleinden zoals resetten, langzaam vooruit, langzaam achteruit,
stilstandrem, en dergelke.
Zie voor het gebruik van externe voeding 1SFC132081M0201 -
Softstarters Type PSTX30…PSTX570, Handleiding voor installatie
eninbedrfstelling te vinden op:
http://www.abb.com/lowvoltage
Gebruik uitsluitend 24V DC wanneer u kabelklem 13, 14, 15, 16 en 17
aansluit. Een andere spanning kan de softstarter beschadigen en de
garantie doen vervallen.
6. Sluit kabelklem 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11 en 12 aan voor gebruik van de
signaaluitgangsrelais. Dit zn potentieel vre contacten voor maximaal
250 V AC, 1,5 A AC-15 en 30 V DC, 5 A DC-12.
7. Controleer of de bedrfsspanning en de stuurspanning
overeenstemmen met de softstarterwaarden.
8. Schakel de stuurspanning in op kabelklem 1 en 2.