167
5
Display
6
Geheugentoetsen M1/M2
7
Toets START/STOP
8
Risico-indicator
9
Aansluiting voor de manchetstekker (linkerzijde)
* niet meegeleverd
Weergaven op het display
10
Datum / tijd
11
Systolische druk
12
Diastolische druk
13
Gemeten pulswaarde
14
Symbool polsslag
15
Lucht weg laten lopen
16
Nummer van de geheugenplaats / geheugenweer-
gave gemiddelde waarde ( ), ’s ochtends ( ),
’savonds( )
17
Symbool vervangen
batterij
18
Gebruikersgeheugen
19
Risico-indicator
20
Symbool hartritmestoor-
nissen
6. GEBRUIK
6.1 Ingebruikname
Batterijen plaatsen
• Verwijder het deksel van het batterijvak aan de achterzij-
de van het apparaat
A
.
• Plaats de batterijen (zie het hoofdstuk ‘Technische gege-
vens’). Plaats de batterijen met de juiste polariteit, zoals
aangeduid
A
.
• Sluit het deksel van het batterijvak.
Als het symbool continu wordt weergegeven, kan er
geen meting meer worden uitgevoerd. Vervang alle batterij-
en. Zodra de batterijen uit het apparaat worden verwijderd,
moet u de datum en tijd opnieuw instellen. De opgeslagen
meetwaarden gaan niet verloren.
Gebruik met de netvoeding
U kunt dit apparaat ook met een netvoeding gebruiken (niet
meegeleverd). Voordat u de netvoeding op het apparaat aan-
sluit, moet u de batterijen uit het apparaat halen. Tijdens het
gebruik met de netvoeding mogen er geen batterijen meer in
het batterijvak zitten, omdat het apparaat hierdoor bescha-
digd kan raken.