56 | Flexi-Seal™ PROTECT PLUS Fecal Management System
connector, wordt de aankoppeling op de katheter verhinderd.
4.1 Volg het etiket op de katheter-connector om de opvangzak en de katheter correct aan te sluiten.
4.2 Plaats de katheter-connector in een hoek van 90 graden op de opening van de zak-connector en breng de
katheter-connector voorzichtig in de zak-connector.
4.3 Vind de twee pinnen op de opvangzak-connector en sluit deze aan op de twee corresponderende
uitsparingen in de katheter-connector.
4.4 Duw de katheter-connector voorzichtig in de connector van de opvangzak en draai met de klok mee om de
opvangzak goed aan te sluiten op de connector aan het uiteinde van de katheter.
B. Voorbereiden van de patiënt
1. Vraag de patiënt op de linkerzij te gaan liggen. Als deze positie niet draaglijk is voor de patiënt, zorg dan dat
er een houding wordt aangenomen waarbij het rectum toegankelijk is.
2. Verwijder eventuele hulpmiddelen die in het lichaam of de anus aanwezig zijn voordat het Flexi-Seal™
PROTECT PLUS-systeem wordt ingebracht.
3. Voer een rectaal toucher uit om te kijken op het hulpmiddel kan worden ingebracht.
C. Inbrengen van het systeem en opblazen van de ballon met een Luer-spuit
1. Verwijder de witte dop van de opblaaspoort. Verwijder de lucht die zich in de ballon bevindt door de bijgeleverde
Luer-spuit op de witte opblaaspoort met het opschrift ‘≤45ml’ te zetten en de zuiger naar achteren te trekken.
Verwijder de Luer-spuit en vul deze met 45 ml water of een zoutoplossing. Zet de Luer-spuit vervolgens weer op
de witte opblaaspoort. Steek een met glijmiddel ingesmeerde gehandschoende vinger in het blauwe vingerzakje
om het systeem tijdens het inbrengen te begeleiden (het vingerzakje bevindt zich boven de markeringslijn)
(guur 4). Breng glijmiddel aan op het uiteinde van de katheter waar de ballon zich bevindt. Pak de katheter vast
en breng het uiteinde met de ballon voorzichtig in via de anale sluitspier totdat de ballon aan de buitenkant niet
meer zichtbaar is en zich volledig in het rectum bevindt. De vinger mag hierna direct worden teruggetrokken of
pas wanneer de ballon in het rectum wordt opgeblazen.
2. Blaas de ballon op met maximaal 45 ml vloeistof door de zuiger van de Luer-spuit langzaam naar voren te drukken.
Als de vinger is teruggetrokken, geeft de groene indicator aan wanneer de ballon maximaal is gevuld voor de
anatomie van de patiënt (guur 5). Stop met opblazen zodra de groene indicator aangeeft dat er sprake is van
een maximale vulling. De ballon mag onder geen beding met meer dan 45 ml vocht worden opgeblazen. Als de
groene indicator al bij minder dan 30 ml vloeistof aangeeft dat het maximum is bereikt, trek het vocht dan terug en
positioneer de ballon opnieuw in het rectum. Vul de ballon zoals hierboven is beschreven nadat deze opnieuw is
gepositioneerd. Vul de ballon nooit met meer dan 45 ml vocht. Als de rode vulindicator zich begint te vullen, moet u
de positie van de patiënt beoordelen, de ballon volledig laten leeglopen en het opblaasproces herhalen. Stop met
opblazen zodra de groene indicator aangeeft dat er sprake is van een maximale vulling.
3. Maak de Luer-spuit los van de opblaaspoort en trek voorzichtig aan de katheterslang om te controleren of de
ballon stevig in het rectum zit en tegen de bodem van het rectum aan ligt (guur 6). Breng de dop aan op de
witte opblaaspoort om te voorkomen dat er problemen optreden met aansluitingen.
4. Leg de katheterslang langs het been van de patiënt om knikken en blokkades te voorkomen. Registreer waar
de markeringslijn zich bevindt ten opzichte van de anus van de patiënt. Observeer regelmatig of de positie van
de markeringslijn is veranderd om te bepalen of de retentieballon in het rectum van de patiënt is verschoven. Dit
kan erop wijzen dat de ballon of het systeem opnieuw moet worden gepositioneerd. Wanneer het systeem naar
buiten wordt geduwd, laat dan de ballon volledig leeglopen; spoel het uiteinde van de katheter met de ballon
schoon en breng het systeem volgens de instructies onder ‘Inbrengen van het systeem’ opnieuw in. Voordat
het systeem opnieuw wordt ingebracht, dient een rectaal toucher te worden uitgevoerd om te controleren of er
geen ontlasting aanwezig is. Indien het systeem meer dan drie keer naar buiten wordt geduwd, dient te worden
overwogen het gebruik ervan te staken.
5. Hang het opvangzakje aan de ophanglus naast het bed zodat dit zich lager dan de patiënt bevindt. Noteer de
inbrengdatum van het fecaal managementsysteem op het meegeleverde plaklabel en plak het label op een vlak
gedeelte van de ophanglus.
D. Spoelen van het systeem
Vul een Luer-spuit met water op kamertemperatuur, zet de spuit op de connector in de blauwe irrigatie-/
medicatiepoort (met het opschrift ‘IRRIG./Rx’ - guur 7-1a) en druk de zuiger langzaam naar voren om het
systeem door te spoelen. Gebruik in geen geval de witte opblaaspoort met het opschrift ‘≤45ml’ (guur
7-1b) om te spoelen, aangezien dit de retentieballon te ver kan opblazen en het systeem niet zoals bedoeld
kan worden doorgespoeld. Herhaal deze stappen zo vaak als nodig is om ervoor te zorgen dat het systeem
naar behoren blijft functioneren. Het spoelen van het systeem zoals hierboven beschreven is een optionele
procedure die alleen dient te worden toegepast om te zorgen dat ontlasting zonder blokkades in het
opvangzakje terechtkomt. Indien herhaaldelijk spoelen met water niet helpt om de ontlasting weer vrij door
de katheter te laten lopen, dient het systeem te worden gecontroleerd om een externe obstructie (bijv. druk
van een lichaamsdeel of een onderdeel van het systeem) uit te sluiten. Ook kan het zijn dat er niet langer