EasyManua.ls Logo

ConvaTec Flexi Seal PROTECT PLUS - Page 57

ConvaTec Flexi Seal PROTECT PLUS
132 pages
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
Flexi-Seal™ PROTECT PLUS Fecal Management System | 57
sprake is van diarree. Als er geen bron van obstructie wordt gevonden, dient het gebruik van het systeem
te worden gestaakt.
E. Onderhouden van het systeem
Verwissel het opvangzakje wanneer dat nodig is. Volg daarvoor stap A.4. Sluit de zak, na het verwijderen van
de katheter, af met het bijgeleverde dopje. U verwijdert de opvangzak door de katheter-connector in de zak-
connector te duwen en dan linksom los te draaien. In guur 3 staat aangegeven wat de juiste methode is om
de opvangzak vast te houden zonder dat de zak daarbij vast komt te zitten tegen de zak-connector. Trek de
katheter-connector voorzichtig uit de opvangzak. Duw de achterkant van het dopje met uw duim in de zak-
connector, die via de achterkant van de opvangzak met de middel- en wijsvingers op de plaats moet worden
gehouden. Met uw duim drukt u het dopje rondom aan om ervoor te zorgen dat de zak volledig gesloten is. Gooi
gebruikte zakjes weg in overeenstemming met het in de instelling geldende protocol voor het verwijderen van
medisch afval. Controleer het systeem regelmatig op verstoppingen als gevolg van knikken in de slang, vaste
stukjes ontlasting of externe druk.
F. Toedienen van medicatie (dosering onder controle van een arts) met behulp van 2 Luer-spuiten (1 voor het
spoelen met water, en 1 voor het toedienen van medicatie)
1. Vul een spuit met 10 ml water, bevestig de spuit aan de blauwe connector en spoel 10 ml water door de
spoelslang.
2. Vul een nieuwe spuit met de voorgeschreven medicatie. Plaats de sluitclip losjes op de katheter op de zwarte
markeringslijn. Zet de spuit op de connector in de blauwe irrigatie-/medicatiepoort (‘IRRIG./Rx’ - guur 7-1a)
en dien de medicatie toe. Zorgprofessionals dienen er speciaal op te letten dat ze voor het toedienen van
medicatie alleen de connector in de blauwe irrigatie-/medicatiepoort gebruiken. Gebruik in geen geval de
witte opblaaspoort met het opschrift ‘≤45ml’ (guur 7-1b) om medicatie toe te dienen, aangezien dit de
retentieballon te ver kan opblazen en de medicatie niet zoals bedoeld aan de patiënt kan worden toegediend.
3. Vul de spuit die bedoeld is voor het spoelen, met 50 ml water en spoel de spoelslang onmiddellijk door om er
zeker van te zijn dat de medicatie het rectum bereikt. Zet de sluitclip stevig op de katheter om te voorkomen
dat er iets door de katheter stroomt. (Wees ervan verzekerd dat de tweede sluitstand/ klik werd vastgezet.
Gebruik wijsvinger en duim om deze sluitstand te bereiken om een goede afsluiting te garanderen). Laat de
medicatie zich zolang als gewenst en door de behandelend arts is voorgeschreven in het rectum verspreiden.
4. Verwijder de sluitclip. Vul de spuit die bedoeld is voor het spoelen, met 10 ml water en spoel de spoelslang
door. Gooi beide spuiten weg in overeenstemming met het beleid van de betreffende instelling.
G. Afnemen van monsters
Open het kapje van het donkerblauwe monsterafnamepunt om een monster af te nemen uit de katheter. Duw het
uiteinde van een Luer-Slip-spuit of injectiespuit door de gleuf in het monsterafnamepunt om het binnenste van de
katheter te bereiken. Trek de zuiger van de spuit naar achteren om het monster af te nemen. Trek de spuit terug en
sluit het kapje van het donkerblauwe monsterafnamepunt.
H. Verwijderen van het systeem en de ballon leeg laten lopen
Om de katheter uit het rectum te kunnen verwijderen, moet men de retentieballon eerst laten leeglopen. Verwijder
de witte dop van de opblaaspoort. Zet een Luer-spuit op de witte opblaaspoort met het opschrift ‘≤45ml’ en trek
langzaam al het vocht uit de retentieballon (guur 2-1b).
Maak de Luer-spuit los en gooi deze weg. Pak de katheter zo dicht mogelijk tegen het lichaam van de patiënt
vast en verwijder deze langzaam uit de anus. Gooi het hulpmiddel weg in overeenstemming met het voor de
instelling geldende protocol voor het verwijderen van medisch afval. Als het bijna of niet mogelijk is de ballon
leeg te laten lopen, dient het inatielumen te worden doorgesneden, waarna het vocht uit de ballon kan lopen. In
geen geval mag het systeem worden verwijderd zolang de ballon nog gevuld is.
Algemene richtlijnen
Het hulpmiddel mag naar behoefte worden aangepast om de patiënt op gangbare wijze te kunnen onderzoeken.
Het hulpmiddel is niet bedoeld voor gebruik dat langer duurt dan 29 achtereenvolgende dagen.
MRI-veiligheidsinformatie
Niet-klinische tests hebben aangetoond dat de Flexi-Seal™ PROTECT PLUS onder voorwaarden MR-veilig
is. Een patiënt met dit systeem kan veilig een scan in een MR-systeem ondergaan als aan de volgende
voorwaarden wordt voldaan:
Statisch magnetisch veld van 1,5 T of 3,0 T
Maximale ruimtelijke gradiënt van 2.000 gauss/cm (20 T/m)
Maximale door MR-systeem gerapporteerde, gemiddelde totalelichaams-SAR (specieke-absorptieratio) van
4 W/kg (First level controlled-werkingsmodus)
De aanwezigheid van dit systeem kan tot beeldartefacten leiden.
©2023 ConvaTec Inc.
™ duidt op handelsmerken van ConvaTec Inc. ConvaTec, het ConvaTec-logo, Flexi-Seal en het Flexi-Seal-logo zijn in
de Verenigde Staten geregistreerde handelsmerken van ConvaTec Inc.
M
R