85
• Het deurtje aan de voorkant openen, het druppelbakje ver-
wijderen, legen en reinigen (g. 18).
18
• Leeg en reinig zorgvuldig het koedikbakje en zorg ervoor
eventuele resten op de bodem te verwijderen:
Let op!
Bij het verwijderen van het druppelbakje is het altijd verplich-
tom ook het koedikbakje te legen ook al is dit nog redelijk leeg.
Gebeurt dit niet dan kan het voorkomen dat, bij het zetten van
meer kopjes koe, het koedikbakje voller wordt dan voorzien
en het apparaat zo verstopt raakt.
13.3 Schoonmaak van het druppelbakje
Let op!
Indien het druppelbakje niet regelmatig wordt leeggemaakt,
kan het water over de rand stromen en in of naast het apparaat
terechtkomen. Het apparaat kan zo beschadigd worden, evenals
het draagvlak of de omringende zone.
Het druppelbakje is voorzien van een (rode) drijvende aanwijzer
voor het waterpeil in het bakje (g. 19). Voor dat deze aanwijzer
uit de kopjesplaat begint te steken, moet het bakje geleegd en
gereinigd worden.
20
19
Het druppelbakje verwijderen:
1. Verwijder het druppelbakje en het koedikbakje (g. 20);
2. Leeg het druppelbakje en het koedikbakje en was ze;
3. Plaats het druppelbakje en het koedikbakje terug.
13.4 Reiniging van de binnenkant van het
apparaat
Gevaar voor elektrische schok!
Voordat de reiniging van de inwendige delen plaatsvindt, moet
het apparaat uitgeschakeld worden (zie “Uitschakeling”) en af-
gesloten worden van het elektriciteitsnet. Dompel het apparaat
nooit onder in water.
1. Controleer regelmatig (circa één keer per maand) of de
binnenkant van het apparaat (alleen toegankelijk nadat
het druppelbakje weggenomen is) vuil is. Verwijder de
koeresten indien nodig met de bijgeleverde kwast en
een spons.
2. Verwijder de resten met een stofzuiger (g. 21).
13.5 Reiniging van het waterreservoir
1. Reinig regelmatig (ongeveer één keer per maand) en bij
elke vervanging van de waterverzachtingslter (indien
aanwezig) het waterreservoir (A12) met een vochtige doek
en een beetje mild reinigingsmiddel.
2. Vul het reservoir met vers water en plaats het in de ma-
chine.
13.6 Reiniging van de koeuitloop
1. Reinig de koe-uitlopen regelmatig met een spons of een
doek (g. 22).
2. Controleer of de gaten in de koeuitloop verstopt zijn. Ver wi-
jder zo nodig de koeresten met een tandenstoker (g. 23).
22 23
13.7 Reiniging van de trechter voor gemalen
koe
Controleer regelmatig (ongeveer één keer per maand)
of de trechter voor gemalen koe (A8) verstopt is. Ver-
wijder indien nodig de koeresten met een borstel.
13.8 Reiniging van de zetgroep
De zetgroep (A20) moet minstens een keer per maand worden
gereinigd.