EasyManua.ls Logo

Dometic Buttner MT LB50 - Page 111

Dometic Buttner MT LB50
172 pages
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
4445103618 111
Ongebruikelijk lange
laadtijd. De gele
„Batt. II”-led knippert.
De rode aan/uit-led
knippert langzaam.
Laagspanningsbeveiliging van de star-
taccu. Accuspanning te laag (> ingestelde
waarde voor „laadvermogen verhogen”,
zie hoofdstuk „Modus instellen” op
pagina 108). De laadbooster schakelt naar
gereduceerde laadstroom (< 30%) om de
accu te beschermen.
De laadbooster keert automatisch terug
naar de volledige laadstroom wanneer de
spanning stijgt tot de herstartwaarde (inge-
stelde waarde voor „reductie van laadver-
mogen”, zie hoofdstuk „Modus instellen”
op pagina 108).
De laadbooster stopt
het laadproces. De rode
aan/uit-led knippert.
Uitschakeling door veiligheidstimer. De I-
fase heeft te lang geduurd (> 15 uur).
Reset het toestel door het regelsignaal
op D+ te verwijderen. Schakel de
motor uit en koppel het toestel los van
het elektriciteitsnet.
Te veel gelijkstroomverbruikers aangeslo-
ten.
Verminder de aangesloten
gelijkstroomverbruikers.
De accu is defect.
Vervang de accu.
Oververhitting van de laadbooster. De laadbooster start automatisch opnieuw
op wanneer de temperatuur daalt.
De volledige laad-
stroom wordt niet
bereikt. De rode
aan/uit-led brandt.
De thuisaccu is al opgeladen.
Belasting met krachtige verbruikers.
De sensorkabels zijn omgekeerd.
Controleer de aansluitingen bij START
(VS–/VS+) en BORD (VB–/VB+).
De laadstroom is niet correct ingesteld.
Controleer de instelling van de laad-
stroom (zie hoofdstuk „De laadstroom
aanpassen” op pagina 107).
De accu is sterk gesulfateerd.
Vervang de accu.
De volledige laad-
stroom wordt niet
bereikt. De „Batt. II”-led
knippert.
Spanning op START+ < 11 V.
Controleer de spanning op START+.
Verhoog het motortoerental zodat de
versterker kan regelen.
De accuklemmen zijn niet correct verbon-
den.
Controleer de verbindingen.
Controleer de kabeldoorsneden en -
lengtes (zie hoofdstuk „Kabeldoor-
snede bepalen” op pagina 104).
Controleer de gestripte kabeluiteinden.
Controleer de spanningen direct aan de
klemcontacten.
Verborgen uitschakelrelais aanwezig (bijv.
in het centrale elektrische systeem).
Pas de aansluitvariant aan voor voertui-
gen met een bestaand scheidingsrelais.
DIP-switch is ingesteld op „OUT Limit”
(UIT-limiet).
Controleer de stand van de DIP-schake-
laar (zie hoofdstuk „Het stroomverbruik
beperken” op pagina 108).
Fout Mogelijke oorzaak Voorgestelde oplossing

Table of Contents