EasyManua.ls Logo

Dru GLOBAL 40 CF - 8 Eindcontrole; Gasdichtheid; Gasdruk;Voordruk; Ontsteking Waakvlambrander en Hoofdbrander

Default Icon
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
INSTALLATIEHANDLEIDING
8
!Let op Sluit de aansluitstomp goed aan op trekon
derbreker bij het terugplaatsten van de
verbrandingskamer (zie Afb. 4h).
8. Eindcontrole
Ter controle van de goede en veilige werking van het toe-
stel dient u de onderstaande controles uit te voeren vóór
ingebruikname.
8.1 Gasdichtheid
Alle aansluitingen dienen gasdicht te zijn.
!Let op Het gasregelblok mag aan een druk van
maximaal 50 mbar blootgesteld worden.
Controleer de aansluitingen op gasdichtheid.
8.2 Gasdruk/voordruk
De branderdruk is fabrieksmatig afgesteld; zie typeplaatje.
Controle van de branderdruk is niet nodig.
De voordruk in huisinstallaties dient
gecontroleerd te worden omdat deze kan
variëren.
Het gasregelblok bevindt zich onder de brander.
Ga als volgt te werk:
Verwijder de ruit (zie paragraag 6.8)
Bewaar de ruit op een veilige plaats
Neem de bak om de brander eruit (zie Afb. 4b)
Draai de 4 parkers van de branderplaat los en neem de
branderplaat met toebehoren eruit (zie Afb. 4c)
Controleer de voordruk; zie Afb. 13 voor de meetnippel
op het gasregelblok.
Neem contact op met het energiebedrijf als de voordruk
niet klopt.
Plaats de onderdelen terug in de omgekeerde volgorde
van de stappen zoals hierboven zijn beschreven.
!Let op - Sluit de aansluitstomp goed aan op de
trekonderbreker bij het terugplaatsen van
de verbrandingskamer; zie Afb. 4f.
8.3 Ontsteking waakvlam- en hoofdbrander
Zie voor het aansteken van de waakvlambrander en de
hoofdbrander de Gebruikershandleiding, hoofdstuk 4,
paragraaf 4.2, Afstandsbediening.
- Wacht altijd 5 min. na het doven van de
waakvlam voordat u het toestel opnieuw
ontsteekt;
- De waakvlam mag niet lager ingesteld
worden met behulp van de instelmogelijk-
heid op het gasregelblok.
8.3.1 Waakvlam
Controleer de ontsteking van de waakvlam:
- de waakvlambrander dient bij de eerste poging te starten.
Als de waakvlam niet brandt, dan
Controleer of de ontsteking vonkt:
a) Zo nee, controleer of de ontstekingskabel goed is aan-
gesloten tussen ontvanger en waakvlam; zie paragraaf 7.1
voor de bereikbaarheid.
b) Zo ja, dan zit er waarschijnlijk lucht in de leiding.
Ontlucht eventueel de leiding en/of
Sluit de ontstekingskabel goed aan.
8.3.2 Hoofdbrander
De brander moet vloeiend ontsteken en
mag niet ploffen door vertraagd ontsteken.
Controleer het functioneren van de hoofdbrander vanuit
de stand-by (waakvlam) stand:
- na het openen van de gasklep moet de hoofdbrander bin-
nen enkele seconden branden.
!Tip Bij het openen van de gasklep gaat de
motor draaien; dit is hoorbaar.
Als de hoofdbrander niet brandt, dan:
Controleer of de ruimte rond de waakvlam vrij is.
Controleer de plaatsing van de hout-/kiezelset.
Verhelp eventueel bovenstaande fouten.
Test de hoofdbrander 5x op de goede werking.
8.4 Vlambeeld
Het vlambeeld kan pas echt beoordeeld worden als het
toestel meerdere uren heeft gebrand. Vluchtige componen-
ten uit verf, materialen e.d., die de eerste uren uitdampen,
beïnvloeden het vlambeeld.
!Let op Als de boezem gemaakt is van steen-
achtige materialen of afgewerkt is met
stucwerk mag dit pas 6 weken na het
plaatsen van de boezem ter voorkoming
van krimpscheuren.
Controleer of het vlambeeld acceptabel is.
Als het vlambeeld niet acceptabel is dan kan dat te wijten
zijn aan:
- het uitdampen van vluchtige stoffen;
- het niet goed aanbrengen van de houtset.
Verbeter eventueel de opstelling van de houtset.
Let op
Let op
Let op
Let op

Table of Contents

Related product manuals