Nederlands
Global 40 CF
5
INSTALLATIEHANDLEIDING
• Ontlucht de gasleiding.
• Plaats de ontvanger; zie hiervoor paragraaf 7.1.
• Stel de communicatiecode in tussen ontvanger en afstands-
bediening; zie paragraaf 7.2.
Ontsteek het toestel niet voordat het
volledig is geïnstalleerd.
• Controleer de gasdichtheid zoals beschreven in
• paragraaf 8.1.
• Controleer de voordruk zoals beschreven in paragraaf 8.2.
• Plaats de branderplaat met toebehoren terug en zet deze
vast met de parkers
• Leg de bak om de brander terug in de verbrandingskamer.
!Let op Positioneer de bak om de brander op de
juiste plaats door middel van de
aanslagranden (maximaal naar voren)
• Verwijder indien van toepassing het plakband van de
convectiekast
• Plaats de kap onder de verbranding terug en zet deze vast
met de parkers
• Plaats de houtset; zie paragraaf 6.7
• Plaats de ruit; zie paragraaf 6.8
6.5 Verbrandingsgasafvoersysteem
Voor aansluiting op een bestaand schoorsteenkanaal – uit-
sluitend toegestaan in Groot-Brittannië – zijn de instructies
uit het los meegeleverde boekje ‘Fitting into a conventional
class 1 chimney’ mede van toepassing. Dit boekje bevat
naast de installatie instructies ook aanvullende testen.
6.5.1 Algemeen
Het toestel is van het type B
11AS
.
De doorvoer naar buiten wordt uitgevoerd met een dak-
doorvoer (zie paragraaf 6.5.2)
- Gebruik een geschikt verbrandingsgasaf-
voersysteem met een diameter van
80 mm voorzien van het CE-merk.
Het verbrandingsgasafvoersysteem wordt opgebouwd vanaf
(de aansluitstomp van) het toestel.
6.5.2 Aansluiting verbrandingsgasafvoersysteem
Op het toestel dient minimaal 3 meter afvoerpijp aangeslo-
ten te worden.
Bochten in het verbrandingsgasafvoersysteem zijn niet
toegestaan.
De dakdoorvoer kan zowel in een schuin dak als in een
platdak uitmonden.
De dakdoorvoer kan geleverd worden met een plakplaat
voor een plat dak dan wel met een universeel verstelbare
pan voor een schuin dak.
- Houd een afstand van minimaal 50 mm
aan tussen de buitenkant van het afvoer-
systeem en de wanden en/of het plafond.
Als het systeem wordt ingebouwd in
bijvoorbeeld een koof, dient deze rondom
uitgevoerd te worden in onbrandbaar
materiaal;
- Gebruik hittebestendig isolatiemateriaal
bij doorvoer door brandbaar materiaal.
!Let op Sommige hittebestendige isolatiemateria-
len bevatten vluchtige componenten, die
langdurig een onaangename geur versprei-
den; deze zijn niet geschikt.
Plaats het verbrandingsgasafvoersysteem als volgt:
• Bouw het systeem op vanaf (de aansluitstomp van) het
toestel.
• Sluit de pijpstukken aan.
• Breng voldoende beugels aan, zodat het gewicht van de
pijpen niet op het toestel rust.
• Bepaal de resterende lengte voor de dakdoorvoer.
• Maak de dakdoorvoer op maat.
!Let op - Zorg ervoor dat de juiste insteeklengte
behouden blijft.
• Sluit de dakdoorvoer aan op de afvoerpijp.
!Let op - Zorg ervoor dat de universele dakpan
goed aansluit op de omliggende pannen;
- Zorg ervoor dat de plakplaat goed aan-
sluit op het platte dak.
6.6 Plaatsen boezem
Deze paragraaf beschrijft hoe het toestel wordt ingebouwd
in een boezem.
Voor een goede afvoer van de warmte dient er voldoende
ruimte rondom het toestel aanwezig te zijn.
De boezem moet voldoende geventileerd worden door
middel van ventilatieopeningen.
- Gebruik onbrandbaar en hittebestendig
materiaal voor de boezem inclusief de
bovenkant van de boezem, het materiaal
in de boezem en de achterwand van de
boezem;
- Voorkom dat het toestel wordt belast
door het gewicht van de boezem bij
gebruik van steenachtige materialen;
- De doorlaat van de - zo hoog mogelijk
geplaatste - ventilatieopeningen bedraagt
minimaal 200 cm
2
.
!Let op - Houd rekening met de minimale inwen-
dige breedte van de boezem: 600 mm
(zie Afb. 2);
Let op
Let op
Let op
Let op