Nederlands
9
INSTALLATIEHANDLEIDING
b) Zo ja, dan zit er waarschijnlijk lucht in de leiding.
• Ontlucht eventueel de leiding en/of
• Sluit de ontstekingskabel goed aan.
8.3.2 Hoofdbrander
De brander moet vloeiend ontsteken en
mag niet ploffen door vertraagd ontsteken.
• Controleer het functioneren van de hoofdbrander vanuit
de stand-by (waakvlam) stand:
- na het openen van de gasklep moet de hoofdbrander bin-
nen enkele seconden branden.
!Tip Bij het openen van de gasklep gaat de
motor draaien; dit is hoorbaar.
1) Als de hoofdbrander niet brandt, dan:
• Controleer of de ruimte rond de waakvlam vrij is.
• Controleer de plaatsing van de hout-/kiezelset.
• Verhelp eventueel bovenstaande fouten.
• Test de hoofdbrander 5x op de goede werking.
2) Als de hoofdbrander ontsteekt, maar dooft na ca. 22
seconden, dan:
• Controleer de bedrading van thermokoppel 2 op:
- Losse bedrading;
- Verkeerd aangesloten bedrading;
- Kortsluiting;
- Draadbreuk.
• Controleer of thermokoppel 2 is vervuild.
• Controleer of thermokoppel 2 goed in de vlam isgeplaatst;
zie Afb. 5b.
• Controleer of thermokoppel 2 defect is;
zie Hoofdstuk 11, Tabel 4 onder J7.
• Controleer of de ontvanger defect is; zie Hoofdstuk 11,
Tabel 4 onder J8.
• Verhelp eventueel bovenstaande fouten.
• Test de hoofdbrander 5x op de goede werking.
8.4 Vlambeeld
Het vlambeeld kan pas echt beoordeeld worden als het
toestel meerdere uren heeft gebrand. Vluchtige componen-
ten uit verf, materialen e.d., die de eerste uren uitdampen,
beïnvloeden het vlambeeld.
!Let op Als de boezem gemaakt is van steen-
achtige materialen of afgewerkt is met
stucwerk mag dit pas 6 weken na het
plaatsen van de boezem ter voorkoming
van krimpscheuren.
• Controleer of het vlambeeld acceptabel is.
Als het vlambeeld niet acceptabel is dan kan dat te wijten
zijn aan:
- het uitdampen van vluchtige stoffen;
- het niet goed aanbrengen van de houtset.
• Verbeter eventueel de opstelling van de houtset.
Let op
9. Onderhoud
Het toestel dient eenmaal per jaar door een vakbekwame
installateur op het gebied van gas sfeerverwarming gecon-
troleerd, gereinigd en eventueel gerepareerd te worden.
In ieder geval dient de goede en veilige werking van het
toestel gecontroleerd te worden.
- Sluit de gaskraan tijdens onderhouds-
werkzaamheden;
- Controleer de gasdichtheid na reparatie;
- Draai – na vervanging van het thermo-
koppel – de wartel eerst handvast aan
en daarna nog een kwartslag met een
passende sleutel;
- De waakvlam mag niet lager ingesteld
worden met behulp van de instelmogelijk-
heid op het gasregelblok.
• Reinig, indien nodig, de onderstaande componenten:
- de waakvlambrander;
- de ruimte rondom de waakvlambrander;
- thermokoppel 2;
- de ruit.
!Let op - Verwijder/plaats de ruit zoals beschreven
in paragraaf 6.8;
- Verwijder de aanslag op de binnenkant
van de ruit met een vochtige doek of
een niet-krassend reinigingsmiddel zoals
koperpoets;
- Vermijd/verwijder vingerafdrukken op de
ruit omdat deze inbranden;
- Vervang een gebroken en/of gescheurde
ruit zoals beschreven in paragraaf 6.8.
Plaats zonodig de houtset correct terug;
zie hiervoor paragraaf 6.7.
• Inspecteer het verbrandingsgasafvoersysteem.
Er dient altijd een eindcontrole uitge-
voerd te worden.
• Voer een controle uit zoals beschreven in hoofdstuk 8.
9.1 Onderdelen
Onderdelen die vervangen moeten worden, zijn verkrijg-
baar bij uw leverancier.
10. Oplevering
U dient de gebruiker vertrouwd te maken met het toe-
stel. U dient haar/hem te instrueren over onder meer de
ingebruikname, de werking en de afstandsbediening, het
jaarlijkse onderhoud.
Global 70XT CF
Let op
Let op
Let op