87
• Lasparameters instellen, zie bladzijde 83 en 84.
• Hetewigtemperatuur moet bereikt zijn.
• Lasautomaat tussen de overlaps gelegde banen schuiven en positioneren.
• Aandrijfmotor met bedieningstoets op het toetsenbord (4) inschakelen.
• Hetewig (7) inschuiven.
• Spanboom (9) spannen.
Lasproces begint
• Lasnaad controleren (lasrups/indrukking). Naar behoefte, de lassnelheid
aanpassen met de bedieningstoetsen op het toetsenbord.
• Lasautomaat met de geleidegreep (13) langs de overlapping voeren. Voer
de lasautomaat zo dat de overlapbreedte binnen het bereik van de 20 mm
zone wordt gehouden (zie grafiek B).
Einde lasproces
• Spanboom (9) ontspannen, hetewig (7) met greep (8) terug trekken.
• Aandrijfmotor met bedieningstoets op het knoppenrij (4) uitschakelen. Verwarming met de knoppen
en (gelijktijdig indrukken) op knoppenrij (4) uitschakelen.
Na beëindiging van het laswerk laat u de hetewig (7) afkoelen en koppelt u het aansluitsnoer los
van het elektriciteitsnet.
grafiek B
21
15
23
Maximale voorste
overlapbreedte 20 mm
M
+–
M
H
+
Lasprocedure voor tunnel-, grond- en waterbouw
230
400