94
NL
NL
Voertuiglaadsysteem
Fig. 19: EVOLUTION 5000 en het voertuig laadsysteem
Specificaties
Afmetingen Breedte 265 mm
Hoogte zonder camera 155 mm
Hoogte met camera 230 mm
Diepte 145 mm
Gewicht zonder camera 770 gr.
(zonder montageset) met camera 2070 gr.
Gewicht van alleen de montageset 310 gr.
Spanningsbereik 12,5 – 26,0 V DC
8. Installatie
Beginnen
Het EVOLUTION 5000 TIC voertuiglaadsysteem moet vóór het
gebruik correct worden geïnstalleerd. .
Lees alle installatie-instructies grondig voordat u begint aan
de werkelijke installatie.
Wat u nodig heeft
x Elektrische boor
x 5 mm (.201) en 7 mm (0.281) boor bits
x 1/4-20 tap
x Kruiskop schroevendraaier
x Roestvaststaal 1/4- 20 bouten (4)
x 5-amp in-line zekering
x Hoofd AAN/UIT schakelaar
x Trekontlasting bus voor voedingskabel
x Montageset (meegeleverd), Fig. 8, (inclusief 3 meter /15
ft. voedingskabel)
7. Bediening
Zorg voor het laden van de camera en de reserve-batterijen
m.b.v. het EVOLUTION 5000 voertuiglaadsysteem dat alle
oplaadcontacten op de camera en houder schoon zijn.
1. Plaats de TIC in de laadhouder met het display naar buiten
gericht; borg de eenheid met de banden op de laad
houder.
2. Plaats bij het laden van een reserve-accu, de accu in de
uitsparing en borg deze met de rubber borging.
De voedings LED indicator moet steeds groen blijven wanneer
de voedingsbron is ingeschakeld en goed is aangesloten.
Wanneer het voertuiglaadsysteem goed is geïnstalleerd,
zullen de statusindicatoren als volgt gaan branden:
Voedingstatus LED indicatoren
UIT Systeemstoring
GROEN Voeding ingeschakeld / systeem
operationeel
Een andere LED indicatie dan hier vermeldt, duidt op een
foutieve werking, en de eenheid moet worden geretourneerd
naar MSA voor service.
Accu LED indicatoren
UIT Geen accu geïnstalleerd
GROEN Opladen afgerond
SNEL GROEN Vullen
KNIPPEREND
LANGZAAM GROEN Laden bezig
KNIPPEREND
ROOD Storing
Een andere LED indicatie dan hier vermeldt duidt op een
foutief bedrijf en de eenheid moet worden opgestuurd naar
MSA voor service.
OPMERKING: Voor optimale prestaties, moet de acculader
worden gebruikt bij temperaturen tussen de 10 tot 30 °C. Het
laden van accu’s buiten dit temperatuurbereik kan
resulteren in een laadfout en/of het voortijdig achteruitgaan
van de accu.
Het laden van accu’s in omgevingen met temperaturen
hoger dan 38 °C (100 °F) kan leiden tot het vroegtijdig
afbreken van het laadproces.
De laadcyclus duurt ongeveer 2-1/2 uur voor het volledig
laden van 1 accu, tot vijf uur voor het laden van twee volledig
ontladen accu’s.