96
NL
NL
Voertuiglaadsysteem
Probleemoplossen van het
voertuiglaadsysteem
Richtlijnen probleemoplossen
SYMPTOOM PROBLEEM / OPLOSSING
Er branden GEEN Controleer de voedingsaansluitingen.
LED’s Is er voedingsspanning aanwezig?
Is de pluskabel aangesloten op de
plusklem?
Zekering van de externe lijn-in
gesmolten? Vervang zekering.
Interne zekering gesmolten?
Vervang zekering.
VOEDINGSLED Er zijn geen accu’s in de camera
STATUS IS GROEN geplaatst. Controleer of er goede
EN CAMERA ACCU accu’s in de camera zijn geplaatst.
LED GAAT NIET Slechte aansluiting naar de camera.
AAN WANNEER Zorg er voor dat de laadcontacten
CAMERA IN DE schoon en niet verbogen zijn. Een
LADER WORDT kleine hoeveelheid contactreiniger,
GEPLAATST zoals WD-40 kan worden gebruikt om
de lader en de camera laadcontacten
te reinigen. Stevig opnieuw plaatsen
om een goed contact te waarborgen.
VOEDINGSLED Controleer de accucontacten op vuil,
STATUS IS GROEN corrosie of beschadiging. Reinig de
EN EXTERNE ACCU contacten of vervang de accu.
LED GAAT NIET Controleer de contacten van de
AAN WANNEER DE acculader. Verifieer dat deze
ACCU IN DE LADER schoon, niet verbogen, op en neer
WORDT GEPLAATST bewegen en terugveren.
ACCU’S LADEN Buiten het bedrijfstemperatuurbereik.
NIET VOLLEDIG OP Zorg er voor dat de temperatuur van
de omgeving en/of de batterijen zich
binnen het aanbevolen bedrijfsbereik
bevindt.
Voeding maakt geluid. Zorg er voor
dat de voedingskabel is aangesloten
op een ‘schone’ voedingsbron zonder
overmatige spanningspieken.
Waarschuwing! Het laadproces kan op abnormale wijze
worden afgebroken. Hoewel deze toestand zeldzaam is, kan
deze optreden omdat externe “in-band ruis de elektronica
van de lader kunnen bereiken. In het onwaarschijnlijke geval
dat de lading onjuist wordt beëindigd vanwege ruis, kan het
zijn dat de accu niet volledig is geladen. Gebruik altijd de
accuspanningsmeter op de camera als indicator van de
accutoestand.
Gebruik geen oplosmiddelen, of thinner om de camera te
reinigen. hierdoor kan de beschermende behuizing worden
aangetast.
OPMERKING: Warmtebeeldcamera’s die niet door
bovenvermelde controles komen, moeten uit bedrijf worden
genomen totdat de juiste reparaties zijn uitgevoerd.
Reiniging
Na elk gebruik, alle externe oppervlakken reinigen (behuizing,
onderkant, zoeker, lens, venster en banden) door deze af te
nemen met een oplossing van een mild reinigingsmiddel en
water.
Drogen met een zachte pluisvrije doek, om krassen van de
optische oppervlakken te voorkomen.
Controleer periodiek de aansluitingen, video socket, AAN/
UIT schakelaar, vergrendeling en scharnier op
verontreiniging. Reinigen met een zachte pluisvrije doek.
Waarschuwing! Verwijder de behuizing van de
warmtebeeldcamera niet, omdat het systeem werkt met
hoge spanningen.Uitsluitend geautoriseerd personeel mag
servicewerkzaamheden uitvoeren aan de eenheid.