VEILIGHEIDSINSTRUCTIES EN WAARSCHUWINGEN
4.7 Kookzones inschakelen
Schakel na het aanzetten van de kookplaat binnen de volgende 10 seconden een
van de kookzones in. Stel het vermogensniveau 1 - P in door de schuifregelaar
aan te raken of er met de vinger over te bewegen.
• Bij de eerste aanraking wordt het niveau ingesteld op basis van het deel van de schuifregelaar
dat wordt aangeraakt. Bij de schuifregelaar gaan de LED's branden, afhankelijk van het
ingestelde niveau.
• Door de schuifregelaar te verschuiven, wordt de instelling van het vermogensniveau
gewijzigd. Door naar rechts te schuiven wordt het niveau hoger, terwijl door naar links te
schuiven het niveau lager wordt.
• Wordt de vinger van de schuifregelaar gehaald, gaat het kookveld aan op het ingestelde niveau.
Als een specifiek punt van de schuifregelaar gedurende minstens 3 seconden wordt ingedrukt, wordt het
automatisch koken geactiveerd (zie Automatisch snel opwarmen).
4.8 Kookzones uitschakelen
• De geselecteerde kookplaat moet geactiveerd zijn.
• Zet het vermogen op nul door de schuifsensor bij het begin aan te raken. Een korte pieptoon
bevestigt de OFF-positie.
4.9 De kookplaat uitzetten
• De kookplaat wordt uitgeschakeld door op de AAN/UIT-knop te drukken
• Het geluidssignaal klinkt en alle indicatoren gaan uit, behalve de kookplaten die nog heet zijn en
het waarschuwingsteken H weergeven als indicatie van de resterende warmte.
4.10 Sleutelslot
Door de sleutelvergrendelingsbeveiliging te activeren, kan de werking van het
apparaat en het gebruik van de kookplaten worden gestopt.
Activering
• De kookplaat moet ingeschakeld zijn.
• Druk ongeveer 1 seconde op de toets Key, de bijbehorende LED gaat branden boven de toets, het
blok is actief.
• De veiligheidsvergrendeling voorkomt de activering van alle sensoren, behalve de AAN/UIT-knop en
de Key-knop.
• Als de kookplaat wordt uitgeschakeld wanneer de vergrendelfunctie is geactiveerd, blijft deze in het
geheugen totdat de kookplaat opnieuw wordt ingeschakeld.
• Wanneer de ingestelde timers aflopen, kunnen de alarmen worden uitgeschakeld door op plus of
min te drukken zonder dat de bediening hoeft te worden ontgrendeld.
Deactivering
De kookplaat moet ingeschakeld zijn
Druk gedurende 1 seconde op de toets Sleutel; daarna wordt de ontgrendeling bevestigd door een
pieptoon.
4.11 Kinderslot
Deze functie kan alleen worden geactiveerd/gedeactiveerd na het inschakelen van de kookplaat met en
met de AAN/UIT-knop en alle kookzones op nulniveau.
Activering
• Druk tegelijkertijd op de toets Sleutel en de toets Pauze gedurende 3 seconden.
• Functie is actief en alle displays tonen
• De kookplaatbediening blijft vergrendeld en schakelt na 10 sec. automatisch uit.
De kindervergrendeling deactiveert alle toetsen behalve de AAN/UIT-knop. Eenmaal geactiveerd blijft de
elektronica vergrendeld, zelfs als de bediening uit- en weer ingeschakeld wordt.
Deactivering
• Druk binnen 10 seconden tegelijkertijd 3 seconden op de toets Sleutel en de toets Pauze.
NL
BEDIENING
4.12 Pauze
De functie kan alleen worden uitgevoerd als er minstens één kookzone is ingeschakeld. In de pauzestand
wordt het kookproces onderbroken en levert de kookplaat geen vermogen.
Activering
• Houd de Pauzeknop minstens 1 seconde ingedrukt, de bijbehorende LED gaat branden boven de
toets en alle displays geven II weer.
• Terwijl de pauzefunctie actief is
• Timers (ook alarmtimers) die vóór de pauze zijn ingesteld, worden tijdens de pauze gestopt en
gaan verder wanneer de pauzemodus wordt verlaten.
• Kookzones zijn uitgeschakeld.
• Een geselecteerde automatische booster- of opwarmtijdfunctie wordt beëindigd.
• De berekening van de restwarmte en de beperking van de maximale werkingstijd worden niet
onderbroken en blijven op de achtergrond werken.
• Functionele LED's zoals Timer en Multi-zone blijven branden afhankelijk van hun status.
De pauzemodus kan maximaal 10 minuten actief zijn.
Tijdens de pauzetijd kan de AAN/UIT-knop worden gebruikt om de bediening uit te schakelen. In dit geval
wordt de pauzemodus ook uitgeschakeld.
Deactivering
• Druk op de Pauzeknop, de LED's gaan branden boven de cursor van een van de kookzones.
• Druk binnen 10 seconden op en scroll van links naar rechts op de schuifcursor van het verlichte
gebied. De LED boven de pauzetoets gaat uit en de toestand voor de pauzemodus wordt hersteld.
4.13 Recall
Als de bediening per ongeluk is uitgeschakeld met de AAN/UIT-knop, kunnen alle instellingen worden
hersteld met de terughaalfunctie.
Na het uitschakelen van de bediening via de hoofdschakelaar heeft de gebruiker 6 seconden om de
bediening weer in te schakelen en daarna nog eens 6 seconden om op de pauzeknop te drukken om de
instellingen op te roepen.
De terugroepfunctie kan alleen worden gebruikt als er minstens één kookzone
actief was (kookniveau >0), onafhankelijk van de toetsblokkering.
4.14 Restwarmte-indicator
Apparaten hebben ook een restwarmte-indicator . Kookplaten worden niet rechtstreeks verwarmd, maar
door retourwarmte die van het gerecht afstraalt. Zolang het aanstaat nadat de kookplaat is uitgeschakeld,
kan de resterende warmte worden gebruikt voor het opwarmen van voedsel of voor het smelten.
Zelfs wanneer verdwijnt, kan de kookplaat nog steeds heet zijn.
4.15 Snel koken
Er kan ook een extra krachtige stand worden ingeschakeld om snel te koken. Dit extra vermogen wordt
gebruikt om grote hoeveelheden voedsel op te warmen.
Na het inschakelen wordt het extra vermogen gedurende 5 minuten geactiveerd, waarna het automatisch
wordt teruggeschakeld naar het maximale normale niveau 9.
Gedurende de tijd dat extra vermogen is geactiveerd, is het vermogen van andere
kookplaten beperkt. Dit wordt aangegeven op het vermogensdisplay door het
geselecteerde kookniveau en het beperkte vermogen enkele seconden lang te
laten knipperen.
Activering
• Selecteer de gewenste kookzones en verplaats de schuifregelaar naar de uiterste rechten om
het extra vermogen te activeren.
• Het extra vermogen is actief.
• Het display toont .
NLBEDIENING
81