67
GEBRUIK VAN DE VEEGMACHINE
Noodzakelijke voorzorgsmaatregelen
- De veegmachine mag alleen door bevoegd en vakbekwaam personeel gebruikt worden.
- Wanneer u bij de machine vandaan loopt, altijd sleutel verwijderen en de parkeerrem blokkeren met Pedaal
5 (f g.1) en handgreep 9 (f g.19) .
- De machine niet op een helling parkeren.
Attentie!
Voor het inschakelen van de machine, het peil van de accuvloeistof controleren.
Normen voor het opstarten van de machine
- Controleer of de borstels van de vloer geheven zijn (hendel 10 - handgreep 13 f g.1).
- Controleer dat het Rempedaal 5 (f g.1) wordt geblokkeerd
Attentie!
Druk op het rempedaal om het te deblokkeren.
- Steek sleutel 1 (f g.1) in de hoofdschakelaar en draai de sleutel kloksgewijs (hiermee wordt spanning op de
hoofdbedieningselementen gezet).
- Met behulp van schakelaar 8 (f g.1) op positie “B” de aanzuigventilator en de hoofd- en zijborstels aanzet-
ten met schakelaar 6 (f g.1) op positie “C”.
- De borstels omlaagbrengen (zie Punten 10-13 f g.1)
- Selecteer de rijrichting van de machine met schakelaar 7 (f g.1) en druk geleidelijk op het pedaal 12 (f g.1).
NEDERLANDS