EasyManua.ls Logo

Scheppach HBS25 - Page 73

Scheppach HBS25
288 pages
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
Benodigd gereedschap:
Platte schroevendraaier* (A)
1 x steeksleutel SW 10/13 mm* (B)
1 x inbussleutel 3 mm* (C)
1 x inbussleutel 4 mm* (D)
1 x inbussleutel 5 mm* (E)
* = niet altijd meegeleverd!
8.1 Zaagtafel (7) monteren (afb. 4-6)
1. Verwijder de vleugelmoer (22), de borghendel (23), de
twee ringen en de klemplaat (24).
2. Verwijder vervolgens de twee kartelmoeren (7b), de
U-versteviging (7a) en de twee verzonken schroeven
M6x18 van de zaagtafel (7). Gebruik de inbussleutel 4
mm (D).
3. Schuif de zaagtafel (7) over het lintzaagblad (17). Be-
vestig deze aan de beide bouten op het frame (14)
met behulp van de klemplaat (24), de twee ringen, de
borghendel (23) en de vleugelmoer (22).
4. Bevestig de U-vormige versteviging (7a) aan de on-
derkant van de zaagtafel (7) met twee M6x18 verzon-
ken bouten en twee kartelmoeren (7b). Gebruik de in-
bussleutel 4 mm (D).
8.2 Welk lintzaagblad gebruiken
Controleer of het inzetstuk goed past.
Inzetstuk dat verkeerd of niet goed bevestigd is, kan tij-
dens het gebruik losraken en u verwonden.
Het meegeleverde lintzaagblad is bedoeld voor universeel
gebruik. De volgende criteria moeten bij de keuze van het
lintzaagblad in acht worden genomen:
Met een smal lintzaagblad kunt u kleinere radii snijden
dan met een brede.
Gebruik brede lintzaagbladen om rechte zaagsneden
te maken. Dit is vooral belangrijk bij het snijden van
hout. Het lintzaagblad heeft de neiging om de houtnerf
te volgen en wijkt daardoor licht af van de gewenste
zaaglijn.
Fijngetande zaagbanden snijden gladder, maar ook
langzamer dan grofgetande zaagbanden.
Gebruik alleen onbeschadigde, onberispelijke zaag-
banden. Verbogen, onscherpe of anderszins bescha-
digde lintzaagbladen kunnen breken.
8.3 Het lintzaagblad (17) spannen (afb.
1)
LET OP
Bij langere stilstand van de lintzaag moet de lintzaag-
blad ontspannen worden, d.w.z. voor het inschakelen
van de zaag moet de lintzaagbladspanning worden ge-
controleerd.
1. Om het lintzaagblad (17) te spannen, draait u de
spanschroef (1) rechtsom.
Aanwijzingen:
De juiste spanning van het lintzaagblad kan door het
drukken van de vinger tegen de lintzaagblad ongeveer
in het midden tussen de beide bandrollen (2+8) wor-
den vastgesteld. Hierbij mag het lintzaagblad slechts
minimaal (ca. 1-2 mm) worden aangedrukt.
De voldoende gespannen lintzaagblad geeft een me-
talen geluid, als hier tegen aangetikt wordt.
Ontspannen van het lintzaagblad, indien deze voor
langere tijd niet wordt gebruikt, zodat deze niet uit
wordt gerekt.
LET OP
Bij een te hoge spanning kan het lintzaagblad breken.
LET OP
Gevaar voor letsel!
Als de spanning te laag is, kan het wiel van de aange-
dreven band doordraaien, waardoor het lintzaagblad
stopt.
1. Om het lintzaagblad (17) losser te zetten, draait u de
spanbout (1) linksom.
8.4 Afstellen van het lintzaagblad (17)
(afb. 1, 2)
LET OP
Voordat de instelling van het lintzaagblad kan worden
uitgevoerd, moet het lintzaagblad correct gespannen
worden.
1. Open de deuren van de behuizing (11) door de deur-
vergrendeling (10) los te maken. Gebruik de platte
schroevendraaier (A).
2. Draai het bovenste bandwiel (2) langzaam rechtsom.
Het lintzaagblad (17) moet in het midden van het loop-
vlak (3) van het bovenste bandwiel (2) lopen.
Als dit niet het geval is, corrigeert u de hellingshoek
van het bovenste bandwiel (2).
3. Open hiervoor de vleugelmoer (13a).
Als het lintzaagblad (17) meer naar de achterkant
van het bovenste bandwiel (2) loopt, moet de in-
stelschroef (13) linksom gedraaid worden.
Als het lintzaagblad (17) naar de voorkant van het
bovenste bandwiel (2) loopt, draait u de instel-
schroef (13) rechtsom.
4. Controleer na het afstellen van het bovenste bandwiel
(2) de positie van het lintzaagblad (17) op het onder-
ste bandwiel (8).
5. Draai het onderste bandwiel (8) langzaam met één
hand om de positie van het lintzaagblad (17) te con-
troleren.
6. Het lintzaagblad (17) moet ook gecentreerd zijn op het
loopvlak (3) van het onderste bandwiel (8). Als dit niet
het geval is, moet de helling van het bovenste band-
wiel (2) opnieuw worden afgesteld.
7. Om er zeker van te zijn dat de afstelling van het bo-
venste bandwiel (2) de positie van het lintzaagblad
(17) op het onderste bandwiel (8) beïnvloedt, draait u
het onderste bandwiel (8) meerdere keren.
8. Draai de vleugelmoer (13a) weer vast.
9. Zodra de afstelling voltooid is, sluit u de deuren van
de behuizing (11) weer en zet u de deurvergrendelin-
gen (10) vast. Gebruik de platte schroevendraaier (A).
NL | 73www.scheppach.com

Table of Contents

Related product manuals