• Gebruik de parallelaanslag altijd voor rechte zaagsne-
den om te voorkomen dat het werkstuk kantelt of weg-
glijdt.
• Zorg dat uw handen altijd op voldoende veilige af-
stand tot het lintzaagblad worden gehouden. Gebruik
een schuifstok voor smalle zaagsneden.
• Voor versteksneden de zaagtafel in de overeenkom-
stige positie brengen en het werkstuk tegen de paral-
lelaanslag geleiden.
• Om zwaluwstaarttanden, pennen of wiggen te zagen,
beweegt u de zaagtafel naar de overeenkomstige po-
sitie op de hoekschaal.
• Voor gebogen en onregelmatige zaagsneden moet u
het werkstuk met beide handen geleiden en gesloten
vingers gelijkmatig vooruit bewegen. Houd het werk-
stuk stevig met uw handen vast op een veilige plaats.
• Wij raden aan om een hulpsjabloon te gebruiken voor
herhaalde gebogen en onregelmatige zaagsneden.
• Bij het zagen van rond of onregelmatig gevormd hout
moet een hulpmiddel worden gebruikt om het werk-
stuk tegen verdraaien te beveiligen.
Opmerking:
Voer voorafgaande aan de eerste werkzaamheden en na
elke wisseling van het inzetstuk een onbelaste testrun uit.
Schakel het product onmiddellijk uit als het inzetstuk on-
gelijk loopt, als er aanzienlijke trillingen zijn of als u abnor-
male geluiden hoort.
• Tijdens werkzaamheden de zaagbladgeleiding altijd
zo dicht mogelijk tegen het werkstuk plaatsen.
• Het werkstuk moet altijd met beide handen geleiden
en vlak op de zaagtafel worden gehouden. Zo wordt
het vastklemmen van het lintzaagblad vermeden.
• Het is raadzaam om een zaagsnede in één keer uit te
voeren in plaats van deze in meerdere delen op te
splitsen, waardoor het werkstuk mogelijk teruggetrok-
ken moet worden. Als terugtrekken toch onvermijdelijk
is, moet de lintzaag van tevoren worden uitgescha-
keld. Het werkstuk pas terugtrekken nadat het lint-
zaagblad tot stilstand is gekomen.
• Tijdens het zagen moet het werkstuk altijd met de
langste zijde worden geleid.
10.1 Uitvoering van lengtesneden (afb.
1, 16)
Een langssnede is een zaagsnede langs de houtvezel. U
kunt uit de vrije hand langs een afgetekende lijn of langs
de parallelaanslag zagen om een beter resultaat te krij-
gen.
Voor haakse zaagsneden (zaagtafel staat loodrecht op
het lintzaagblad) wordt de parallelaanslag links van het
lintzaagblad geplaatst, zodat het werkstuk veilig met de
rechterhand langs de aanslag geleid kan worden.
LET OP
Beveilig lange werkstukken tegen kantelen aan het ein-
de van het snijproces (bijv. met een afrolstandaard of
iets dergelijks).
1. Stel de parallelaanslag (20) in zoals beschreven on-
der 9.2.
2. Laat de zaagbladgeleider (5) op het werkstuk zakken
(zie 8.6).
3. Schakel het product in of uit zoals beschreven onder
9.1.
4. Plaats uw handen met gesloten vingers plat op het
werkstuk en schuif deze op de parallelaanslag (20)
langs het lintzaagblad (17).
5. Duw het werkstuk altijd tot het einde door met de
schuifstok (21) met een gelijkmatige voeding langs de
parallelaanslag.
10.2 Uitvoering van afkortzaagsneden
(afb. 1, 14)
Een dwarssnede is een snede loodrecht op de nerf van
het hout. Dit type snede kan ook uit de vrije hand worden
uitgevoerd, maar voor de veiligheid en nauwkeurigheid is
het raadzaam om een afschuiningsaanslag te gebruiken.
De afschuiningsaanslag kan tot 45° worden ingesteld
voor versteksneden. In combinatie met een schuine zaag-
tafel kunnen ook dubbele versteksneden gemaakt wor-
den.
1. Plaats de afschuiningsaanslag (19) zoals beschreven
onder 9.3.
2. Houd het werkstuk stevig tegen de aanslag van de af-
schuiningsaanslag (19) en vlak op de zaagtafel (7).
WAARSCHUWING
Let op uw vingers, vooral tegen het einde van de zaag-
snede, en houd afstand tot het inzetgereedschap.
10.3 Versteksneden maken (afb. 1, 15)
Bij het maken van versteksneden in de lengterichting met
een schuine zaagtafel, moet de parallelaanslag rechts
van het lintzaagblad aan de naar beneden gerichte kant
worden geplaatst (als de breedte van het werkstuk dit toe-
laat) om te voorkomen dat het werkstuk wegglijdt.
1. Stel de zaagtafel (7) in op de gewenste hoek (zie 9.4).
2. Maak de zaagsnede zoals beschreven onder 10.1.
10.4 Uit de vrije hand zagen (afb. 1, 17)
Een van de belangrijkste eigenschappen van een lintzaag
is het probleemloos zagen van bochten en radii.
1. Laat de lintzaagbladgeleider (5) op het werkstuk zak-
ken (zie 8.6).
2. Schakel het product in of uit zoals beschreven onder
9.1.
3. Druk het werkstuk vast op de zaagtafel (7) en schuif
het langzaam in het lintzaagblad (17).
In veel gevallen het handig om rondingen en hoeken
op ongeveer 6 mm afstand van de lijn grofweg uit te
zagen.
4. Als u bochten moet zagen, die voor het gebruikte lint-
zaagblad te smal zijn, moeten hulpzaagsneden tot
aan de voorzijde van de bocht worden gezaagd. Ver-
volgens kan de uiteindelijke radius worden gezaagd.
11 Reiniging en onderhoud
WAARSCHUWING
Trek altijd de voedingsstekker uit het stop-
contact voordat u instellings-, onderhouds-
of reparatiewerkzaamheden uitvoert!
NL | 77www.scheppach.com