86 NL/BE
Maak de 2 schroeven
29
van de
trekontlasting
28
los.
Leid de elektrische kabels onder
de trekontlasting
28
door.
Er mogen geen enkelvoudige
aders voor de stroomvoorziening
worden gebruikt. Er mogen
alleen ommantelde kabels wor-
den gebruikt.
Ontmantel de elektrische toevoer-
kabel ca. 50 mm.
Strip de enkelvoudige aders ca.
7 mm.
Sluit de elektrische kabels als
volgt aan:
Steek de aansluitkabel in de
kabelschroefverbinding.
Sluit de elektrische kabel L1
op de schroefklem van de
netaansluiting L1
30
aan.
Sluit de elektrische kabel L2
op de schroefklem van de
netaansluiting L2
31
aan.
Sluit de elektrische kabel L3
op de schroefklem van de
netaansluiting L3
32
aan.
Sluit de elektrische kabel
Neutraal op de schroefklem
Neutraal
33
aan.
Sluit de elektrische kabel van de
randaarding op de schroefklem
Randaarding
34
aan.
Als het apparaat slechts aan één
fase dient te worden aangesloten,
moet de schroefklem voor netaan-
sluiting L1
30
worden gebruikt.
Draai nu de 2 schroeven
29
van
de trekontlasting
28
vast.