85NL/BE
z Voor de ingebruikname
Deze procedure mag alleen door
een erkende elektricien worden
uitgevoerd!
Elektrische aansluiting:
De beveiliging van het laadsysteem
moet in overeenstemming met de
betreffende nationale voorschriften
gebeuren. Deze is bijvoorbeeld
afhankelijk van de vereiste uitscha-
keltijd, binnenweerstand in het net,
aderdiameter, kabellengte en het
ingestelde, max. vermogen van het
laadsysteem.
De afzonderlijke fasen van de
voedingsspanning moeten telkens
zijn beveiligd met kabelbeveiligings-
schakelaars, ten minste van type A
(bij gebruik in Nederland of Italië
bovendien aan ingangszijde met
aardlekschakelaars van type A).
Deze dienen volgens IEC 60898-1,
IEC 60947-2 of IEC 61009-1 zijn
gecertificeerd.
Indien de installatie in Nederland
of Italië plaatsvindt, heeft u een
kabelbeveiligingsschakelaar van
type A nodig. Deze dient volgens
IEC 61008-1, IEC 61009-1,
IEC 60947-2 en IEC 62423 te zijn
gecertificeerd.
De aansluitkabels dienen ten
minste een diameter van 2,5 mm²
tehebben.
VOORZICHTIG:
Controleer of de stroomka-
bels waarop de wallbox
1
wordt aangesloten,
spanningsloos zijn!
De wallbox
1
moet, indien
mogelijk, tegen directe regen
beschermd te worden gemon-
teerd om bijv. ijsafzetting, bescha-
digingen door hagel of dergelijke
te vermijden. Stel de wallbox
1
,
wanneer mogelijk niet bloot aan
directe zonnestraling.
De wallbox
1
dient in de buurt
van stroomkabels te worden
gemonteerd, die voor een wall-
box zijn voorzien.
Schroef het metalen achterdeel
18
, door middel van pluggen
17
en
schroeven
16
aan de wand.
Daarvoor kan het metalen achter-
deel
18
als sjabloon
(boorschema) worden gebruikt.
Draai de 7 schroeven van het
deksel van de achterzijde
19
los.
Verwijder het deksel van de
achterzijde
20
en leg dit weg.
Hang nu de wallbox
1
aan het
metalen achterdeel
18
.
De ophanggaten
21
zijn bestemd
voor het vasthouden.
Maak de kabeldoorvoer
27
los.
Leid de aansluitkabels door de
kabeldoorvoer
27
.
Leid de aansluitkabels daarna
door de rubbergeleiding
15
(gebruik een ommantelde kabel).