43
L) Led onvoldoende luchtdruk.
M) Regelknopvan de snijstroom
N) Led aanduiding versleten elektrode ; (alleen voor
Art. 356).
O) Led aanduiding voor niet kontaktsnijden met het
werkstuk; (alleen voor Art. 356).
P) Centraalaansluiting voor snijtoorts.
Q) Display snijstroom (alleen voor Art. 356).
R) Veiligheidsbescherming.
S) Led blokkering; gaat branden in omstandigheden
waardoor de machine niet goed kan functioneren.
2.3 VEILIGHEIDSVOORZIENINGEN
Deze installatie is voorzien van de volgende beveiligingen:
Thermische beveiliging:
1) Deze beveiliging voorkomt overbelasting tijdens de
ontsteking van de boog en tijdens het snijden. De
overbelasting wordt aangegeven doordat de led G (zie fig.1)
continu gaat branden.
2) Deze beveiliging voorkomt de werking bij een omge-
vingstemperatuur van minder dan -20 C. Dit wordt aange-
geven doordat led G (zie fig.1) knippert.
Luchtdruk beveiliging:
Deze veiligheid is op de snijtoortsvoeding aangebracht,
en voorkomt dat het apparaat functioneert bij een te
lage luchtdruk. De beveiliging wordt aangegeven doordat
de led L (zie fig.1) gaat branden.
Als led L knipperend gaat branden, wil dat zeggen dat de
druk tijdelijk onder 3,2 ÷ 3,5 bar gedaald is.
Openspanning beveiliging:
1) Deze zit op de snijtoortskop, en vermijdt dat er gevaarlij-
ke spanningen op de snijtoorts zijn bij het vervangen van het
mondstuk, de diffusor, de elektrode of de mondstukhouder;
2) De beveiliging plaatst het apparaat in geblokkeerde
toestand als de elektrode zodanig verbruikt is dat hij
moet worden vervangen. Deze tweede functie wordt aange-
geven doordat de led N (fig.1) gaat branden. Als deze bevei-
liging in werking treedt schakel het apparaat dan uit alvorens
de elektrode en het mondstuk te vervangen. (Alleen voor Art.
356).
• Verwijderde beveiligingen niet.
• Gebruik uitsluitend originele vervangingsonderdelen.
• Vervang eventuele beschadigde onderdelen van het
apparaat of van de snijtoorts altijd door originele mate-
rialen.
• Laat het apparaat niet zonder omkasting werken. Dit
zou gevaarlijk zijn voor de bediener en de personen die
zich in het werkgebied bevinden, en zou voldoende koe-
ling van het apparaat verhinderen.
2.4 UITLEG VAN DE TECHNISCHE GEGEVENS
EN 60974.1 Het apparaat is volgens deze Europese
EN 50199-92 normen gebouwd.
N . Serienummer, dat altijd dient te worden ver-
meld bij vragen betreffende het apparaat.
Statische driefasige inverter.
Dalende karakteristiek.
Geschikt voor plasmasnijden.
TORCH TYPE ..... Type snijtoorts die met dit apparaat kan
........................ worden gebruikt.
U
0
. PEAK Secundaire nullastspanning. Piekwaarde.
X. Inschakelduurpercentage.
De inschakelduur drukt het percentage van
10 minuten uit dat overeenkomt met de tijd
waarbinnen het apparaat kan werken op
een bepaalde stroomsterkte I
2
en stroom
spanning U
2
zonder oververhit te raken.
I
2
. Snijstroomsterkte.
U
2
Secundaire spanning bij snijstroomsterkte
I
2
. Deze spanning wordt gemeten op art. 354
door te snijden met een mondstuk in con-
tact met het werkstuk, en op art.356 door
te snijden met het mondstuk op 3 mm
afstand tot het werkstuk.
Fig.1