53
2. Lees eerst deze gebruiksaanwijzing voordat u het
gereedschap start, om u vertrouwd te maken met
hethanterenvanhetgereedschap.
3. Leen het gereedschap niet uit aan iemand met
onvoldoendeervaringofkennisomtrenthetgebruik
vanonkruidwiedersenkoordgrastrimmers.
4. Bij het uitlenen van het gereedschap dient u altijd
dezegebruiksaanwijzingerbijteoverhandigen.
5. Behandelhetgereedschapmetdeuiterstezorgen
tegenwoordigheidvangeest.
6. Bedien het gereedschap nooit na het gebruik van
alcoholofmedicijnenofwanneeruzichmoeofziek
voelt.
7. Probeernooitomaanpassingenaanhetgereedschap
temaken.
8. Pasopdat u zich niet snijdtaanhetkoordsnijmes
voor het bijtrimmen vanhet werktuigkoord. Na het
uittrekken van een nieuw stuk snoeikoord dient u
het apparaat altijd terug te brengen in de normale
gebruiksstandvoordatuhetinschakelt.
9. Volg de voorschriften over de juiste omgang met
onkruidwiedersenkoordgrastrimmersdieinuwland
gelden.
Persoonlijke beschermende uitrusting
1. Draageenveiligheidshelm,veiligheidsbrilenstevige
werkhandschoenenom uzelf te beschermen tegen
rondvliegendgruisofvallendevoorwerpen.
2. Draag oorbeschermers zoals oorkleppen, om
aantastingvanuwgehoortevoorkomen.
3. Draagvoor uwveiligheidgeschikte werkkledingen
schoeisel,zoalseenwerkoverallenstevigeschoenen
metanti-slipzolen.Draaggeenloshangendekleding
ofsieraden.Loshangendekleding,sieradenoflang
haarkanvastrakenindebewegendeonderdelen.
4. Draagbeschermendewerkhandschoenen wanneer
u het snoeiblad moet aanraken. Met blote handen
zouuzichernstigkunnenverwondenaanderanden
vanhetsnoeiblad.
Veiligheid op de werkplek
1. Gebruikhetgereedschapalleenbijdaglichtenhelder
zicht.Gebruikhetgereedschapnietinhetdonkerof
bijmistigweer.
2. Gebruik het gereedschap niet in een omgeving
waarexplosiegevaarbestaatdoorlichtontvlambare
vloeistoffen, gas, damp of stof. Het gereedschap
produceert vonken die gas of stof kunnen doen
detoneren.
3. Gebruik het gereedschap nooit terwijl u op een
gladdeofwankeleondergrondstaatofopeensteile
helling.Pastijdenshetwinterseizoengoedopvoor
gladheid, ijs of sneeuw en zorg dat u altijd stevig
staat.
4. Houdtijdens gebruik omstanders en dieren op ten
minste15meterafstandvanhetgereedschap.Stop
hetgereedschapzodraeriemanddichtbijkomt.
5. Inspecteervoorhetgebruikeerstuwwerkterreinop
stenen of andere harde voorwerpen. Die kunnen
worden weggeslingerd of zouden een gevaarlijke
terugslagkunnenveroorzaken,metkansopernstige
verwondingen/ofschadeaaneigendommen.
6.
WAARSCHUWING: Het gebruik van dit
product kan stof voortbrengen met chemische
stoffen die schade aan de luchtwegen en andere
gezondheidsrisico'skunnenveroorzaken.Sommige
van deze chemische stoffen zijn bijvoorbeeld
verbindingendiewordenaangetroffeninpesticiden,
insecticiden, kunstmest en onkruidverdelgers.
Het risico van uw blootstelling hieraan varieert,
afhankelijk van hoe vaak u dit soort werk verricht.
Omuwblootstellingaandezechemischestoffente
verminderen:werkopeengoedgeventileerdeplaats
en gebruik goedgekeurde veiligheidsvoorzieningen
zoalseentypestofmaskerdatspeciekisontworpen
voorhetuitlterenvanmicroscopischedeeltjes.
Elektrische veiligheid
1. Zorg dat de stekker van het stroomsnoer
goed in het stopcontact past. Maak nooit
enige aanpassing aan de stekker. Gebruik
geen verloopstekkers met geaard elektrisch
gereedschap (met massacontact). Met goed
passendestekkersenstopcontactenvermijdtuhet
gevaarvanelektrischeschokken.
2. Zorg dat uw lichaam niet in aanraking is met
geaarde voorwerpen of apparatuur zoals buizen,
een radiator, fornuis of koelkast. U loopt een
verhoogd risico van een elektrische schok als uw
lichaameenaardcontactofmassacontactheeft.
3. Stel het gereedschap niet bloot aan regen of
erg vochtige omstandigheden. Als er water in
het gereedschap komt, kan dat gevaar voor een
elektrischeschokopleveren.
4. Pas op voor schade aan het stroomsnoer. Draag
of sleep het gereedschap nooit aan het snoer en
trek er niet aan om de stekker los te maken. Zorg
dat het snoer niet wordt blootgesteld aan hitte,
olie, scherpe randen of bewegende delen. Een
beschadigdofgeknaktsnoerkangevaar voor een
elektrischeschokopleveren.
5. Gebruik het gereedschap niet als u het niet met
de schakelaar kunt in- en uitschakelen. Elk soort
gereedschapdatnietmetdeschakelaarbediendkan
wordenisgevaarlijkenmoetgerepareerdworden.
6. Bij gebruik van elektrisch gereedschap
buitenshuis moet een verlengsnoer ook geschikt
zijn voor buitengebruik. Toepassing van een
verlengsnoer dat bestemd is voor buitengebruik
vermindertdekansopeenelektrischeschok.
7. Als het gebruik van elektrisch gereedschap
in een vochtige omgeving onvermijdelijk is,
gebruikt u dan een stroombron die is voorzien
van een reststroombeveiliging (RCD).Hetgebruik
van een reststroombeveiliging vermindert de kans
opeenelektrischeschok.
8. Gebruik van een stroombron met een
reststroombeveiliging van 30 mA of minder is
altijd aanbevolen.