54
9. Voorkom het onbedoeld starten. Zorg dat de
schakelaarindeuit-standstaatvoordatudestekker
inhetstopcontactsteekt,voordatuhetgereedschap
optilt of meedraagt. Het dragen van elektrisch
gereedschapmetuwvingeropdeschakelaarofhet
aansluitenvaningeschakeldelektrischgereedschap
isvragenomongelukken.
10. Inspecteervoorhetgebruikaltijdhetstroomsnoeren
verlengsnoeroptekenenvanschadeofslijtage.
11. Alshetsnoertijdensgebruikbeschadigdraakt,trekt
u dan onmiddellijk de stekker uit het stopcontact.
Raak het snoer niet aan voordat u de stekker uit
het stopcontact hebt losgemaakt.
12. Gebruik het gereedschap niet als het snoer
beschadigdofversletenis.
13. Houd een verlengsnoer altijd uit de buurt van
snoeiwerktuigen.
In gebruik nemen
1. Alvorens u het gereedschap gaat monteren of
afstellen,trektueerstdestekkeruithetstopcontact.
2. Voor het aanraken van het snoeiblad dient u een
paarwerkhandschoenentedragen.
3. Alvorens de stekker in het stopcontact te steken,
inspecteert u het gereedschap op schade, losse
schroeven/moeren of onjuiste montage. Slijp een
botgewordensnoeiblad.Alshetsnoeibladverbogen
of beschadigd is, vervangt u het. Controleer alle
bedieningsknoppen en schakelaars op soepele
werking.Zorgdatdehandgrepenschoonendroog
zijn.
4. Probeernooitomhetgereedschapinteschakelen
als het beschadigd is of niet volledig gemonteerd.
Anderslooptukansopernstigeverwonding.
5. Verwijderenigeafstelsleutelofmoersleutelvoordat
u het gereedschap inschakelt. Een afstelsleutel of
moersleuteldieblijftbevestigdaaneendraaienddeel
van het gereedschap kan gevaar voor lichamelijk
letselopleveren.
6. Verstel de schouderdraagriem en de handgreep
passendvoorhetpostuurvandegebruiker.
7. Wanneerudestekkerinhetstopcontactsteekt,dient
uhetsnoeiwerktuigvervanuaftehoudenenookver
vananderevoorwerpen en van de grond. Het kan
bijstartendirectgaandraaienenzouverwondingof
schade aan het gereedschap en/of eigendommen
kunnenveroorzaken.
Bediening
1. In noodgevallen schakelt u het gereedschap
onmiddellijkuit.
2. Als u iets ongebruikelijks (vreemde geluiden,
trillingene.d.)bespeurttijdenshetgebruik,schakelt
u het gereedschap onmiddellijk uit. Gebruik het
gereedschap niet meer totdat de oorzaak is
gevondenenhetprobleemisverholpen.
3. Waarschuwing. Het snoeiwerktuig blijft na
uitschakelen van het gereedschap nog een
tijdje doordraaien. Wees niet te haastig om het
snoeiwerktuigaanteraken.
4. Gebruik tijdens het werk de schouderdraagriem.
Houdhetgereedschapaltijdaanuwrechterzijde.
5. Reiknietteverover.Zorgvoortdurenddatustevig
staat en uw evenwicht bewaart. Pas op voor
verborgenobstakelszoalsboomstronken,wortelsof
geulen,omtezorgendatunietstruikelt.
6. Werknooitstaandeopeenladderofleunendopeen
boom,omdecontroleoverhetgereedschapniette
verliezen.
7. Voordat u het apparaat gaat gebruiken en ook
nadathetgevallenis,dientudetoestandervan te
controlerenalvorensuermeegaatwerken.Controleer
de bedieningsorganen en veiligheidsvoorzieningen
opdefecten.Alserenigeschadeoftwijfelbestaat,
verzoekt u dan ons erkende servicecentrum om
inspectieenreparatie.
8. Raak het overbrengingshuis niet aan. Tijdens het
gebruikzalhetoverbrengingshuisheetworden.
9. Neem regelmatig even rust, om verlies aan
concentratie door vermoeidheid te voorkomen.We
radenuaanomelkuureenrustpauzevan10tot20
minutentenemen.
10. Wanneeruhetgereedschaponbeheerdachterlaat,
ook al is het maar voor korte tijd, trekt u altijd de
stekker uit het stopcontact. Een onbeheerd stuk
gereedschapwaarvandestekkerinhetstopcontact
zit,kanwordengebruiktdooronbevoegden,hetgeen
ernstigeongelukkenkanveroorzaken.
11. Alsergrasoftakkentussenhetsnoeiwerktuigende
beschermkapklemraken,schakeltudaneerst het
gereedschapuitentrekdestekkeruithetstopcontact
voordat u het gaanschoonmaken.Anders zou het
snoeiwerktuig per ongeluk in beweging kunnen
komen,metgevaarvoorernstigeverwonding.
12. Alshetsnoeiwerktuigeensteenofeenanderhard
voorwerp raakt, schakelt u het gereedschap dan
onmiddellijk uit. Trekvervolgens de stekker uit het
stopcontacteninspecteerhetsnoeiwerktuig.
13. Controleer het snoeiwerktuig tijdens het gebruik
regelmatig op barsten of andere beschadigingen.
Trek voor een inspectie eerst de stekker uit het
stopcontactenwachttothetsnoeiwerktuigvolledig
tot stilstand is gekomen. Vervang een beschadigd
snoeiwerktuig onmiddellijk, ook al ziet u enkel
oppervlakkigebarstjes.
14. Probeernooitombovenheuphoogtetesnoeien.
15. Voordat u begint met maaien, schakelt u het
gereedschapinenwachtutothetsnoeiwerktuigop
eenconstanttoerentaldraait.
16. Bijgebruikvaneenmetalensnoeibladzwaaituhet
gereedschap gelijkmatig in een halve cirkel van
rechtsnaarlinksnetalsumeteenzeiszoudoen.
17. Houd het gereedschap alleen vast aan de
geïsoleerde handgrepen, want het snoeiblad zou
eventueel verborgen elektriciteitsdraad kunnen
raken.Alshetsnoeibladeendraaddieonderstroom
staatbeschadigt,kunnendemetalendelenvanhet
gereedschapookonderstroomkomentestaanen
kuntueengevaarlijkeelektrischeschokkrijgen.
18. Zorgaltijddatdeventilatiesleuvenvrijblijvenenniet
metsnoeiafvalverstoptraken.