4445103618 105
Aansluitvariant A (afb. g, pagina 8)
Aansluitvariant voor campers die moeten worden
uitgerust met een thuisaccu en laadapparaat (stan-
daard aansluitvariant).
➤Ga te werk zoals afgebeeld in afb. g, pagina 8
om de laadbooster aan te sluiten.
Aansluitvariant B (alleen MT LB 50)
(afb. h, pagina 9)
Aansluitvariant voor campers met een bestaand
uitschakelrelais.
A
➤Monteer de laadbooster tussen het bestaande
uitschakelrelais (3) en de thuisaccu.
➤Koppel de bestaande laadkabel los op een
geschikt punt. Verbind de twee kabeluiteinden
elk aan één zijde van het klemmenblok (4).
➤Ga te werk zoals afgebeeld in afb. h, pagina 9
om de laadbooster aan te sluiten.
Aansluitvariant C (MT LB 50, MT LB 60)
(afb. i, pagina 10)
Aansluitvariant voor campers die moeten worden
uitgerust met een lastrelais om hogere verbruik-
stromen mogelijk te maken dan de laadbooster
ondersteunt.
• Het lastrelais wordt geregeld via de TR-aanslui-
ting.
• Als aangesloten verbruikers een hoge stroom
van de thuisaccu afnemen (bijv. airconditioning
tijdens het rijden), blijft het lastrelais gesloten
om hogere laadstromen mogelijk te maken. Na
vallen onder deze stroomsterkte, opent de laad-
booster het lastrelais en neemt deze het laad-
proces over.
!
I
➤Ga te werk zoals afgebeeld in afb. i,
pagina 10 om de laadbooster aan te sluiten.
Aansluitvariant D1 (allen MT LB 50)
(afb. j, pagina 11)
Aansluitvariant voor campers met bestaand cen-
traal elektrisch systeem dat is uitgerust met geïnte-
greerd scheidingsrelais en geïntegreerde oplader.
I
➤Monteer de laadbooster in de startaccukabel
tussen centraal elektrisch systeem (3) en de star-
taccu.
➤Monteer het bypassrelais (4) parallel aan de
laadbooster.
➤Ga te werk zoals afgebeeld in afb. j, pagina 11
om de laadbooster aan te sluiten.
LET OP! Gevaar voor schade
De bestaande bekabeling en het schei-
dingsrelais kunnen tijdens bedrijf over-
belast raken. Beperk het maximale
stroomverbruik (zie hoofdstuk „Het
stroomverbruik beperken” op
pagina 108) als de bestaande bekabe-
ling niet voldoende is gedimensioneerd
in overeenstemming met de aanbevolen
kabeldoorsneden, kabellengtes en zeke-
ringen (zie hoofdstuk „Kabeldoorsnede
bepalen” op pagina 104).
VOORZICHTIG! Brandgevaar
• Pas de kabeldoorsnedes, kabelleng-
tes en zekeringen aan de hoogste ver-
bruiker (bijv. omvormer) aan.
• Let bij het aansluiten van het lastrelais
op de maximale kabellengte van 0,5 m
en een kabeldoorsnede van
– MT LB 50: 10 mm²
– MT LB 60: 16 mm²
INSTRUCTIE
Gebruik het lastrelais (3) met installatie-
kabelset (beschikbaar als toebehoren).
INSTRUCTIE
• Gebruik het bypassrelais (NC, 100 A)
met installatiekabelset (beschikbaar als
toebehoren).
• Voor LFP-accu’s: Schakel de geïnte-
greerde oplader uit als deze niet is uit-
gerust met temperatuurregeling en
laadkarakteristiek voor LFP-accu’s.