EasyManua.ls Logo

Dru KAMARA 7KW - 6 Bedienen Van Het Toestel; Bedieningspaneel; 7 Eindcontrole; Gasdichtheid

Default Icon
68 pages
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
6. Bedienen van het toestel
6.1 Bedieningspaneel
Het bedieningspaneel bevindt zich onder het klepje aan de
bovenkant van het toestel.
Het klepje is voorzien van een slot.
Op het paneel zijn aanwezig (zie Afb. 11)
a zomer/winter-schakelaar;
b) thermostaat;
c) vergrendelingsmodus;
d) resetknop;
e) zekering.
Ad a)
“0”-stand
In de “0”-stand is het toestel uitgeschakeld
winterstand
In de winterstand zijn er 2 mogelijkheden:
1) Het toestel wordt gestuurd door een externe klok en/
of thermostaat;
2) Het toestel wordt alleen aangestuurd door de interne
thermostaat.
zomerstand
In de zomerstand werkt het toestel onafhankelijk van
een externe klok en/of thermostaat. In deze stand wordt
alleen convectielucht ( = omgevingslucht) gecirculeerd.
Ad b)
De (interne) thermostaat kan worden ingesteld tussen 5
°C en 35 °C.
Het groene lampje van de thermostaat licht op als het
toestel is ingeschakeld en de thermostaat “niet vragend”
is. Het rode lampje licht op als het toestel ingeschakeld is
en de thermostaat “vragend” is.
Ad c)
Bij storing gaat het rode lampje van de
vergrendelingsmodus branden.
Ad d)
Bij storing kan het toestel met behulp van de resetknop
worden gereset.
6.2 Toestel inschakelen voor verwarming
Stel de externe klok en/of thermostaat in, indien aanwezig.
• Zet de thermostaat op de gewenste temperatuur.
• Zet de schakelaar in de winterstand.
Let op Ongeveer 30 seconden na het
ontsteken van de brander moet de
convectieventilator inschakelen. Uit de
roostersleuven komt dan warme lucht.
6.3 Toestel inschakelen voor luchtcirculatie
Zet de schakelaar in de zomerstand. Het toestel blijft
continu convectielucht (= omgevingslucht) circuleren.
6.4 Uitschakelen toestel
Zet de schakelaar in de “0”-stand.
7. Eindcontrole
Om te controleren of het toestel correct en veilig werkt,
moet u als volgt te werk gaan voordat het toestel wordt
gebruikt.
7.1 Gasdichtheid
Let op Alle aansluitingen dienen gasdicht te zijn.
!Let op De toevoerdruk naar het gasregelblok
mag niet hoger zijn dan 50 mbar.
Controleer de aansluitingen op gasdichtheid.
• Maak de aansluitingen zo nodig gasdicht.
7.2 Gasdruk / toevoerdruk
De branderdruk is op de fabriek afgesteld voor gebruik
van aardgas; zie het typeplaatje. Controle van de
branderdruk na installatie is niet nodig. De toevoerdruk in
huisinstallaties dient gecontroleerd te worden omdat deze
kan variëren.
INSTALLATIEHANDLEIDING
34
Fig. 11
SCHROEVEN
(achter afdekschroef)
Fig. 10
testpunt
testpunt
!
!
Branderdruk
Regelaar
branderdruk
Toevoerdruk

Table of Contents

Related product manuals