NL
Fig. 3
Fig. 4
Fig. 5
Fig. 6
Fig. 7
a) Koeling
De toets
herhaaldelijk indrukken
totdat het symbool voor koeling in het
display verschijnt (tegelijkertijd verschijnt
het woord COOL) (Fig. 3)
Na het kiezen van de bedrijfsfunctie de
consignatietemperatuur instellen door op
de toets of te drukken om de
temperatuur hoger of lager in te stellen.
Naast de consignatietemperatuur is een
klein symbool afgebeeld dat een thermo-
meter voorstelt en dat gedurende 5 secon-
den in het display zichtbaar is. Wanneer
de consignatietemperatuur uit het display
verdwijnt, wordt de ruimtetemperatuur
weer in het display aangegeven.
Na een paar minuten wordt het koelsy-
steem i ngeschakeld en gaat het symbool
voor koeling dat in het display zichtbaar
is, knipperen.
b)
Verwarming
De toets
herhaaldelijk indrukken
totdat het symbool voor verwarming
in het display verschijnt (tegelijkertijd
verschijnt het woord HEAT) (Fig. 4).
Na het kiezen van de bedrijfsfunctie de
consignatietemperatuur instellen door op
de toets of te drukken om de
temperatuur hoger of lager in te stellen.
Naast de consignatietemperatuur is een
klein symbool afgebeeld dat een thermo-
meter voorstelt en dat gedurende 5 secon-
den in het display zichtbaar is. Wanneer
de consignatietemperatuur uit het display
verdwijnt, wordt de ruimtetemperatuur
weer in het display aangegeven.
Na een paar minuten wordt het verwar-
mingssysteem ingeschakeld en gaat het
symbool voor koeling dat in het display
zichtbaar is, knipperen.
c) Automatisch
De toets
herhaaldelijk indrukken
totdat het symbool voor verwarming en
koeling in het display verschijnt (tege-
lijkertijd verschijnt het woord AUTO).
Een consignatietemperatuur voor de
koelfunctie en een consignatietempera-
tuur voor de verwarmingsfunctie instel-
len. Door de toets in te drukken
wordt de consignatietemperatuur voor
de verwarming weergegeven en middels
toets verschijnt de consignatietem-
peratuur voor de koeling; tegelijkertijd is
het symbool voor de functie temperatuur
instellen zichtbaar. Door nogmaals op
of te drukken wordt de con-
signatietemperatuur voor de verwarming
ingesteld. Drukt u op
dan verschijnt
de consignatietemperatuur voor de koe-
ling. Met de toets of kan de
consignatietemperatuur voor de koeling
ingesteld worden. Door de toets
herhaaldelijk in te drukken wordt in het
display de consignatietemperatuur voor
koeling of voor verwarming weergegeven.
Na 5 seconden verschijnt in het display de
ruimtetemperatuur. (Fig. 5).
Na een paar minuten wordt het systeem
ingeschakeld en schakelt automatisch de
functie verwarming of koeling om waar-
door de temperatuur in de ruimte tussen
de ingestelde grenzen gehouden wordt. Al
naar gelang de verwarmings- of de koel-
functie in werking is, gaat het betreffende
symbool knipperen.
d) Geprogrammeerd automatisch
Als deze optie niet ingesteld is, is deze
niet zichtbaar. (Deze kan ingesteld worden
door microschakelaar nr. 2 op ON te zet-
ten). (Fig. 6).
Herhaaldelijk de toets
indrukken
totdat de symbolen voor verwarming
en koeling in het display verschijnen
(tegelijkertijd verschijnt het woord AUTO
PROG). Ook het ingestelde tijdprofiel is
zichtbaar. (Fig. 6).
Voor een correcte werking van deze
functie moet eerst de tijd en de dag van
de week ingesteld worden. Vervolgens
moet het gewenste tijdprofiel voor alle
dagen van de week ingesteld worden. Zie
paragraaf programmeermenu.
Een consignatietemperatuur voor de koe-
ling en voor de verwarming volgens het
programmeermenu instellen.
In deze functie moeten de consignatie-
temperaturen voor de toestanden dag,
nacht en buiten bedrijf ingesteld worden.
Na een paar minuten wordt het systeem
ingeschakeld en schakelt automatisch
de functie van verwarming of koeling om
waardoor de temperatuur in de ruimte tus-
sen de ingestelde grenzen gehouden wordt
afhankelijk van het ingestelde tijdprofiel.
e)
Noodverwarming
De toets
herhaaldelijk indrukken
totdat het woord EMERG HEAT op het
display komt en tegelijkertijd verschijnt ook
het symbool voor verwarming; na een
paar minuten wordt de noodverwarming
ingeschakeld en gaat het symbool voor
verwarming in het display knipperen.
In deze bedrijfsfunctie staat de compres-
sor altijd uit en worden de elektrische
verwarmingselementen, indien aanwezig
(nood- en extra verwarmingselementen
zijn optionele toebehoren), voor het ver-
warmen gebruikt.
Deze bedrijfsfunctie kan voor verwarming
gebruikt worden in geval van een storing
van de compressor. (Fig. 7).