montagehandleiding pagina 11
30044.0801.N.01 snelle roldeuren
○○○○○○○○○○○○○○○○○○○○○○○○○○○
2.0 montage stap voor stap
Opmerkingen vooraf :
-sleep de rol niet over de grond
-leg de rol op een schone ondergrond
-loop niet over het doek!
-alle met aangegeven punten dienen te worden ingevet alvorens te monteren
- de onderstaande instructies hebben betrekking op standaard uitvoeringen
2.1 Montage van de muurgeleiding
1 zet op beide posten op ca. 1 meter een merkteken, zuiver horizontaal ten opzichte van elkaar; gebruik
hiervoor een waterslang (zie fig. 2.1.1).
2 controleer aan de hand van deze twee merktekens of de vloer ter plaatse van het montagevlak op gelijke
hoogte is (zie fig. 2.1.2).
3plaats de muurgeleiding (profiel voorzien van sleufgaten) tegen de posten m.b.v. sergeanten (zie fig. 2.1.3)
op gelijke hoogte en vertikaal (indien de maat tussen merkteken en vloer niet meer dan 15 mm bedraagt, dan
kunnen de muurgeleidingen op de vloer gezet worden).
Meet altijd de buitenmaat van de muurgeleiding :
bij Speed Roller B + 216
bij Speed Roller Heavy B + 440
B = dagmaatbreedte op het bestelformulier. Let op! Dit kan afwijken van de werkelijke dagmaatbreedte!
4bevestig de muurgeleidingen met bouten aan de posten.
5 verwijder de sergeanten en controleer nogmaals nauwkeurig de positie van de beide muurgeleidingen.
6plaats de slotbouten (t.b.v. de montage van de consoles en het bevestigingsprofiel van de aandrijving) met
O-ringetjes in de consoles (zie fig. 2.1.4) .
7monteer de consoles aan de muurgeleiding met één bout in het bovenste sleufgat (dit sleufgat komt overeen
met het bovenste sleufgat van de muurgeleiding).
8 controleer of beide consoles waterpas staan ten op zichte van elkaar.
9 bevestig de console met de resterende bouten.
2.2 Montage van de bovenrol en aandrijving
1plaats de vulbus en flenslager aan beide zijden van de wals op de as (zie fig. 2.2.1).
2plaats de spie in de spiebaan en schuif de aandrijving op de as
3breng de wals met behulp van een vorkheftruck omhoog en bevestig de flenslagers met de eerder geplaatste
slotbouten (zie punt 6 van 2.1), sluitringen en zelfborgende moeren (de O-ringetjes mogen blijven zitten).
4 controleer nauwkeurig of de wals waterpas is.
5monteer het bevestigingsprofiel van de aandrijving aan de console met de eerder geplaatste slotbouten (zie
punt 6 van 2.1), sluitringen en zelfborgende moeren (de O-ringetjes mogen blijven zitten).
7 controleer of de aandijving vertikaal hangt.