– 16 –
7 KLEINE STORINGEN VERHELPEN
7.1 Meldingen op de kookplaat
Code
– er staat geen kookpot op de kookzone
– de kookpot is niet geschikt voor inductie
– de diameter van de bodem van de kookpot is
te klein in vergelijking met de kookzone
U
Zie hoofdstuk 4.3.9 Warmhouden
E
– Het elektronisch systeem is ontregeld.
– Ontkoppel de kookplaat en sluit opnieuw aan.
– Doe beroep op de dienst na verkoop
I I
Zie hoofdstuk 4.3.7 Stop&Go
(Er03)
Een voorwerp of vloeistof bedekt de toetsen van
de bediening. Het symbool verdwijnt van zodra
de toetsen vrijgemaakt of afgekuist zijn.
E2
De kooktafel is oververhit, laat afkoelen, daarna
kunt u ze terug inschakelen.
E8
De luchttoevoer van de ventilator is afgesloten.
Maak deze vrij.
U400
De kooktafel werd niet goed aan het netwerk
aangesloten. Kijk de aansluiting na.
(Er47)
Probleem in het intern BUS-systeem van het
apparaat.
Indien één van deze foutmeldingen blijft verschijnen, kunt u de
dienst na verkoop contacteren.
De kookplaat of de kookzone werkt niet:
– de kookplaat is slecht op het elektrisch net aangesloten
– de veiligheidszekering is gesprongen
– kijk na of de vergrendeling is ingeschakeld
– de tiptoetsen zijn met water of vet bespat
– er staat een voorwerp op de tiptoetsen
Een enkele zone of alle zones vallen uit:
– de veiligheid is in werking getreden
– deze treedt in werking wanneer u vergeten bent een kookzone
uit te schakelen
– de veiligheid treedt eveneens in werking wanneer één of
meerdere tiptoetsen bedekt zijn
– een kookpan is leeg en de bodem is oververhit
– de kookplaat beschikt eveneens over een automatische
vermindering van het vermogen en van een automatische
uitschakeling bij oververhitting
De ventilator blijft doorwerken na het uitzetten van de
kooktafel:
– dit is geen defect, de ventilator beveiligt zo de elektronische
apparatuur
– de ventilator stopt vanzelf.
De bediening van automatisch koken treedt niet in
werking:
– de kookzone is nog warm [
H
]
– het maximum kookniveau staat aan [
9
]
– het kookniveau werd aangezet met de toets [
‐
].
7.2 Meldingen bij de afzuiging
Code
1e led
knippert
– Naloopfunctie geactiveerd
2 Leds
knipperen
– De toren werd niet detecteerd op de
gevraagde positie.
– Controleer of niets de beweging van de
afzuigtoren kan verhinderen
– Druk op
– Contacteer Novy
3 Leds
knipperen
– Veiligheidsschaklaar in afzuigtoren blijft
constant geactiveerd
– Druk op
– Contacteer Novy
– Draai met een schroevendraaier aan de
spindel van de afzuigtoren via de sleuf in de
spindel.
4 Leds
knipperen
– Voorste glas afzuigtoren niet aanwezig
– Voorste glas afzuigtoren niet correct geplaatst
– Druk op
– Detectieschakelaat afzuigtoren defect
De afzuigkap zuigt niet goed af. Wat kan dit probleem
veroorzaken?
– Controleer de vetlter. Respecteer de reinigingsindicatie. De
lter dient gemiddeld één maal in de twee weken gereinigd
te worden om een goede werking van de afzuiging te
garanderen.
– Controleer de luchttoevoer in de woning. Zodra de afzuigkap
aangezet wordt, dient er luchttoevoer aanwezig te zijn d.m.v.
roosters in de ramen of door een raam open te zetten.
– Controleer het kanaal op verstoppingen of vernauwingen
waardoor de lucht niet goed afgevoerd kan worden.
1821_110119_GA2.indd 16 19/02/18 23:14