TPD1379EDGr Chapter 6
71
Lijst met mogelijke oorzaken
1. Capaciteit accu te laag.
2. Slechte elektrische verbindingen.
3. Storing in startmotor.
4. Verkeerde soort motorolie.
5. Startmotor laat motor te langzaam draaien.
6. Brandstoftank leeg.
7. Storing in stopsolenoïde, contacten of kabels.
8. Vernauwing in brandstoeiding.
9. Storing in brandstofopvoerpomp.
10. Vervuild brandstoflter.
11. Vernauwing in luchtinlaatsysteem.
12. Lucht in brandstofsysteem.
13. Slecht werkende verstuivers of verkeerd type verstuivers.
14. Verkeerd gebruik van het koudstartsysteem.
15. Storing in koudstartsysteem.
16. Vernauwing in brandstoftank-ontluchting.
17. Verkeerd soort / verkeerde kwaliteit brandstof gebruikt.
18. Beperkte beweging van motortoerenregeling.
19. Vernauwing in uitlaatpijp.
20. Motortemperatuur te hoog.
21. Motortemperatuur te laag.
22. Onjuiste klepspelingen.
23. Te veel olie of verkeerd type olie is gebruikt in nat type
luchtlter, indien aangebracht.
24. Onvoldoende motorolie in carter.
25. Defecte meter.
26. Vuil lterelement voor smeerolie.
27. Niet gebruikt.
28. Storing in motorophanging of vliegwielhuis.
29. Te veel smeerolie in carter.
30. Vernauwing in de waterbuizen van de warmtewisselaar.
31. Vernauwing in de ventilatieleiding.
32. Onvoldoende koelvloeistof in systeem.
33. Vacuümleiding lekt of storing in uitlaat.
34. Storing in brandstonspuitpomp.
35. Defecte aandrijving op brandstonspuitpomp.
36. Timing van brandstonspuitpomp is incorrect.
37. Kleptiming is incorrect.
38. Slechte compressie.
39. Lekkage bij cilinderkoppakking.
40. Kleppen niet vrij.
41. Verkeerde hogedrukleidingen aangebracht.
42. Versleten cilinderboringen.
43. Lekkage tussen kleppen en zittingen.
44. Zuigerveren zijn niet vrij, of zijn versleten of defect.
45. Klepstelen en/of -geleiders zijn versleten.
46. Krukaslagers zijn versleten of beschadigd.
47. Smeeroliepomp is versleten.
48. Overdrukklep sluit niet.
49. Overdrukklep gaat niet open.
50. Veer van overdrukklep is defect.
51. Storing in aanzuigleiding van smeeroliepomp.
52. Zuiger is beschadigd.
53. Zuigerhoogte is incorrect.
54. Vliegwielhuis of vliegwiel is niet correct uitgelijnd.
55. Storing in thermostaat of incorrect type thermostaat.
56. Vernauwing in koelvloeistoeidingen.
57. Storing in waterpomp.
58. Klepsteelafdichting is beschadigd.
59. Vernauwing in carterlter.
60. Klepveer is kapot.
61. Ventilatie-samenstel versleten of kapot.
62. Ventilatiegat voor ventilatieklep is verstopt.
63. Lekkage in het inlaatsysteem.
64. Rotor beschadigd.
65. Aandrijfriem voor waterpomp is te los.
66. Vernauwing in buitenboordkraan van het
buitenboordwaterlter.
67. Onvoldoende koelvloeistof in circuit.
68. Vernauwing in de warmtewisselaar of de oliekoeler.
69. Storing in waterpomp.
70. Defecte turbocompressor.
71. Vernauwing in het uitlaatsysteem.
72. Beweging van bedieningshendel van keerkoppeling niet gelijk
in beide richtingen.
73. Onvoldoende beweging van bedieningskabel van
keerkoppeling.
74. Bedieningskabel van keerkoppeling niet vrij, of radii te klein of
kabel gebroken.
75. Verkeerd soort olie in keerkoppeling.
76. Oliekoeler vereist voor de keerkoppeling onder huidige
bedrijfsomstandigheden.
77. Versleten of defecte aandrijvingsonderdelen.
78. Onjuiste maat schroefas of niet in overeenstemming.