NL
81
Remmen
Controleer het drukpunt van de remmen: Trek in stand een voor een aan beide remhendels.
→ Na ongeveer de helft van de afstand tussen hendel en stuur moet een duidelijk drukpunt voelbaar
zijn.
X X
Controleer de werking van de remmen: Trek in stand een voor een aan de remhendels en beweeg de
fiets van voor naar achter.
→ Het voor- en achterwiel moeten bij ingetrokken remhendel blokkeren.
X X
Controleer de slijtagegraad van de remblokken.
→ Het materiaal op de metalen drager moet een minimale dikte van 0,5 mm hebben.
X
Controleer de slijtagegraad van de remschijven.
→ Minimale dikte van de remschijf: Avid:1,55mm, Magura:1,8 mm, Shimano:1,5mm
X
Controleer remleidingen en aansluitingen op lekkage en defecten.
→ Er mag geen remvloeistof lekken bij de aansluitingen van de remleidingen.
X X
Accessoires
Controleer de bevestiging van de stuurpen: Ga voor de fiets staan, klem het voorwiel tussen je knieën
en probeer het stuur te draaien.
→ Het stuur mag bij normale krachtuitoefening niet draaien.
X X
Controleer de speling in het balhoofdstel: Ga naast je fiets staan en houd met beide handen het stuur
vast. Trek vervolgens de remhendel van de voorrem in en beweeg de fiets langzaam van voren naar
achteren.
→ Er mag geen speling in het balhoofdstel merkbaar zijn.
X X
Controleer de bevestiging van de zadelpen: Ga achter de fiets staan, pak het zadel met een hand vast
en probeer het te draaien.
→ Het zadel en de zadelpen mogen niet verdraaien.
X X
Controleer de bevestiging van alle onderdelen.
→ Loszittende onderdelen dienen met het vereiste aanhaalmoment te worden vastgedraaid.
X X
Frame
Controleer het frame op beschadigingen en vervormingen.
→ Er mogen geen beschadigingen aanwezig zijn.
X X
Controleer of alle kabels en leidingen in de kabelklemmen zitten.
→ Alle leidingen moeten vast in de kabelklemmen zitten.
X X
Verende elementen
Controleer, indien aanwezig, de verende elementen op beschadigingen.
→ Er mogen geen beschadigingen aanwezig zijn.
X X