met de bijgeleverde klem voor de
capillairen.
– Verwijder de dop (14) en schroef de
voeler van de hydrometer met de
terugslagklep erin;
– voltooi de assemblage door het dek-
sel (12) op de zijkanten te bevesti-
gen.
OPMERKINGEN:
Het “Testcertificaat” dat zich in de
verbrandingskamer bevindt dient bij
de documentatie van de verwar-
mingsketel te worden bewaard.
2.6 ELEKTRISCHE AANSLUITING
De ketel is voorzien van een stroom-
snoer en dient te worden gevoed met
een eenfasige spanning van 230V -
50Hz met behulp van een door zeke-
ringen beveiligde hoofdschakelaar.
De kamerthermostaat (die niet wordt
meegeleverd) die noodzakelijk is voor
het verkrijgen van een betere tempe-
ratuurregeling, dient te worden aange-
sloten zoals aangeduid op de schema's
(fig. 6) en nadat de oorspronkelijke
brug is verwijderd.
Sluit vervolgens de bijgeleverde voe-
dingskabel van de brander en van de
circulatiepomp van de installatie aan.
OPMERKINGEN:
De fabrikant wijst alle aansprakelijk-
heid af voor ongevallen die het gevolg
zijn van het niet aarden van de ketel.
48
LEGENDE
TS Veiligheidsaquastaat
TA Kamerthermostaat
TC Ketelaquastaat
IG Hoofdschakelaar
PI Installatiepomp
B Brander
SB Controlelamp bij hey in
veiligheid vallen van de ketel
Fig. 6
“AR” ketel
Fig. 5
“ARB” ketel
LEGENDE
TS Veiligheidsaquastaat
SB Controlelamp bij hey in
veiligheid vallen van de ketel
EI Zomer - Winter schakelaar
TA Kamerthermostaat
TB Boiler aquastaat
TC Ketelaquastaat
TL Maximaal aquastaat
IG Hoofdschakelaar
PB Boiler laadpomp
PI Installatiepomp
B Brander
R Relé
Fig. 6/a